Nazomer – Esther Verhoef

Terwijl we allen naar wat lente hunkeren, zindert ‘Nazomer‘ hier nog even na.  Het is zo een roman met personages die je niet vergeet.  Niet omdat ze op gruwelijke wijze dood en begraven zijn geraakt – dit is echt een roman zoals haar boek ‘Tegenlicht‘, dus niemand legt op onnatuurlijke wijze het loodje – maar omdat de personages zo echt en ‘levend’ zijn.

In heb begin van het boek vond ik de tegenstelling wat te sterk. Het ene hoofdstuk zit je te pietepeuteren in een Nederlandse achterbuurt ergens in de seventies en het andere moment word je in de glitter en glatter van de modewereld anno 2017 ondergedompeld.  Maar al snel wordt duidelijk dat Clau en Vivian meer met elkaar gemeen hebben dan je op het eerste gezicht denkt en worden de hoofdstukken een hecht vlechtwerk.

Dit boek gaat over passie en dromen, in haar geval voor mode, en hoe je die in je leven gepuzzeld krijgt, ook als dat leven je andere grote vraagstukken en massa’s roddel en achterklap naar je hoofd slingert.  Als je denkt dat dat maar lauwtjes is qua verhaallijn, dan heb je buiten Esther Verhoef gerekend. Spanningsbogen zijn een kolfje naar haar hand en met enkele geheimen en haar korte, krachtige hoofdstukken trekt ze je het hele boek door.  Denk maar niet dat die exemplaar lang op je nachtkastje zal liggen verstoffen 🙂 .

Warm aanbevolen!

 

Nieuw : creatieve workshops!

Na de radiostilte… het grote nieuws.  Eindelijk 🙂 !  Binnenkort geef ik mijn eerste workshops te Mechelen.  Je vindt er alles over op mijn nieuwe site Het Betere Bolwerk en bent uiteraard van harte welkom!  Ook de inschrijvingsgegevens en het hele wat en hoe vind je daar.

Betekent dit dat er op Koekjes & Boekjes geen nieuws meer zal te rapen zijn?  Absoluut niet!  Vanaf volgende week kan je je weer rustig installeren met je koekje, je boekje en een nieuw postje op dit blogje 🙂 .  Bedankt voor je begrip en geduld!

Feestelijke bernadette en hoe patronen aanpassen

Deze bernadette is een ‘remake‘ van Sophie’s bernadette die ik vorige herfst ontwierp, maar in deze periode van lichtjes en glans… met een gouden randje 🙂 .  Ik gebruikte een ander garen en had een licht afwijkend proeflapje, dus moest ik het vest herberekenen.  En omdat net dit zowat de meest gestelde vraag op mijn blog is, vind je een kleine handleiding (bij Tips) voor het aanpassen van mijn patronen aan jouw garen.

one size – de afmetingen vind je hier

NODIG

AAN DE SLAG

Proeflapje

  • 9 steken x 12 rijen met naalden nr. 11 in Cloud = 10 x 10 cm

Rugpand

  • Rol 4 kleine bolletjes van je Luxor bol (‘k weet het – ook niet mijn favoriete bezigheid 😉 ).  Zet met 4 draden Luxor 56 steken op met naalden nr. 8 en brei 2 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts).
  • Schakel over op 1 draad Cloud en brei nog 4 extra rijen boordsteek met naalden nr. 8.
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 11 36 naalden jersey (de boord tel je dus nooit mee wanneer je de rijen telt!).
  • Rij 37 en 39 : minder aan beide zijden 2 x 2 steken (voor de mouwinzet – telkens de derde en de vierde steek en de vijfde en de zesde steek samen nemen – zie tips).  Je hebt nu 48 steken over.
  • Brei jersey tot en met rij 64.
  • Rij 65 : kant 7 steken af – brei 11 steken rechts – kant 12 steken af – brei 18 steken rechts
  • Rij 66 : kant 7 steken af – brei 11 steken averechts.  De overige 11 steken laat je op je naald staan.
  • Rij 67 : brei de 11 steken die nu op je andere naald staan rechts.
  • Rij 68 : kant de eerste 11 steken af.  Zet de draad opnieuw aan en brei de steken 1 rij averechts en 1 rij rechts.  Kant ze vervolgens allemaal af.

Rechter voorpand

  • Zet 32 steken op met naalden nr. 8 en brei 2 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts) met 4 draden Luxor en brei nog 4 rijen boordstreek met 1 draad Cloud met naalden nr. 8.
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 11 in jersey met minderingen aan de rechter zijde voor de mouwinzet en aan de linker zijde voor de halsafschuining. Niet panikeren :), ik zet er telkens wel bij aan welke kant wat moet gebeuren.  Voor de minderingen aan de halskant kan je best stekenmarkeerders gebruiken (of een paperclipje of een draadje in een andere kleur), zodat je makkelijker kan natellen.
  • Rijen 11 – 21 – 31 : aan de linker zijde 3 x 1 steek minderen voor de hals (telkens de tweede en de derde steek samen nemen).
  • Rijen 37 – 39 : minder aan de rechter zijde 2 x 2 steken voor de mouwinzet (zoals bij het achterpand).
  • Rijen 41 – 51 : aan de linker zijde 2 x 1 steek minderen voor de hals.
  • Rij 65 : 5 steken afkanten – 18 steken rechts
  • Rij 66 :7 steken afkanten – 11 steken averechts
  • Rij 67 : rechts
  • Rij 68 : alle 11 steken afkanten

Linker voorpand

  • Zet 32 steken op met naalden nr. 8 en brei 2 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts) met 4 draden Luxor en brei nog 4 rijen boordstreek met 1 draad Cloud met naalden nr. 8.
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 11 in jersey met minderingen aan de linker zijde voor de mouwinzet en aan de rechter zijde voor de halsafschuining.
  • Rijen 11 – 21 – 31 : aan de rechter zijde 3 x 1 steek minderen voor de hals (telkens de tweede en de derde steek samen nemen).
  • Rijen 37 – 39 : minder aan de linker zijde 2 x 2 steken voor de mouwinzet (zoals bij het achterpand).
  • rij 41 – 51 : aan de rechter zijde 2 x 1 steek minderen voor de hals.
  • rij 65 : 7 steken afkanten – 18 steken rechts
  • rij 66 : 5 steken afkanten – 11 steken averechts
  • Rij 67 : rechts
  • Rij 68 : alle 11 steken afkanten

Mouwen

  • Zet 28 steken op met naalden nr. 8 en brei 2 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts) met 4 draden Luxor en brei nog 4 rijen boordstreek met 1 draad Cloud met naalden nr. 8.
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 11 in jersey.  Meerder aan beide zijden 1 steek in rijen 11 en 21 met een gedraaide meerderen. (zie tips)
  • Vanaf rij 33 8×1 steek minderen aan elke zijde van de mouw (telkens in de derde steek – zie tips).
  • Rij 49 : kant de resterende 16 steken losjes af.


Afwerking

  • Naai de schoudernaden in elkaar (alle naden in matrassteek!) tot aan de steken die de kraagopening van het voorpand vormen.  Van zodra je de vest draagt, zullen de afgeschuinde voorpanden uit zichzelf omkrullen zoals bij de gewone Bernadette, maar het zwaartepunt ligt met deze kraag en mouwinzet meer vooraan, zodat de vest niet van je schouders zal glijden.
  • Naai de mouwen in de mouwsgaten.  De schuine zijde van de mouw kan iets verder komen dan de eerste mindering in de voor- en achterpanden!
  • Naai voor- en achterpand en mouwen aan elkaar.
  • Werk de ronding van de hals af door met 4 draden Luxor een halve vaste in elke steek te haken met haaknaald nr. 8.
  • Stop alle draadjes in.

TIPS

  • Hoe een patroon aanpassen aan mijn garen?  
    • Je basis is de regel van 3 : bvb. mijn proeflapje is 9 steken x 12 rijen en het jouwe is  11 steken op 16 rijen.  Dan reken je het aantal steken om voor bvb. het aantal steken van het achterpand : 56 steken wordt dan (56/9)x11 = 68 steken die jij met jouw garen moet gaan opzetten.  Ook het aantal rijen moet je dan op die manier herberekenen : minderen voor de mouwinzet in rij 37 wordt dus (37/12)x16 = rij 49 met jouw garen.  Er bestaat ook een soort ‘latje’ van Prym om je steken om te rekenen.
    • Hoe zit het dan met meerderen en minderen?  Hier ga je wat ‘gezond verstand’ moeten inzetten 😉 .  In het voorbeeld verschilt je proeflapje 2 steken per 10 cm, dus je breit per rij 12 steken meer.  Dat wil zeggen dat 1 mindering voor ‘minder’ steken telt qua centimeters.  Dan kan je dus best nog een mindering meer voorzien voor de mouwinzet, bvb. 2×2 en 1×1 mindering.  Voor de minderingen aan de mouwen ga je best ook een extra meerdering doen (1×1 st extra aan elke kant) en de (8×1 steek aan elke zijde) mindering herberekenen : (16/9)x11 = 20 steken minderen = 10×1 steek minderen aan elke zijde met jouw garen.  Het makkelijkste vind ik persoonlijk om een tekening te maken van het stuk dat je gaat breien.  Je schrijft er eerst de aantallen steken, rijen, meerderingen en minderingen bij op de plaatsen waar ze in mijn patroon staan en dan ga je herbereken met de regel van 3.  Zo zal je de beste benadering van het bestaande patroon krijgen.
    • Welke garens wel, welke niet?  Een bernadette heeft een dikker en ‘fluffy’ garen nodig om zijn vorm te behouden.  Ideaal voor dit type van vest zijn garens als mohair en alpaca omdat ze erg licht zijn qua gewicht.  Gebruik je gewone wol of katoen dan gaat je vest zwaar zijn en uitzakken door zijn eigen gewicht, wat natuurlijk zonde is van je noeste arbeid!  Bedenkt dus bij elk patroon wat de beste wolkeuze is.
  • Meerderen? Dit kan je bijna onzichtbaar doen via het ophalen en draaien van een tussendraad.  Doe dit aan de goede kant van het werk door telkens het draadje tussen de tweede en de derde steek op je rechter naald te zetten en gedraaid op je linker naald over te nemen en vervolgens als een steek te breien.
  • Minderen?  Doe dit ook aan de goede kant van het werk.
    • aan de rechter zijde neem je steek 3 over op je naald zonder te breien.  Steek 4 brei je wel en dan haal je steek 3 over steek 4.
    • aan de linker zijde brei je tot de laatste 4 steken.  Daarvan brei je de twee eerste samen als 1 steek rechts en de 2 volgende gewoon rechts.
  • Bernadette heeft een badje nodig?  Kwartiertje weken in een lauw sopje met Eucalan (niet uitspoelen).  Voorzichtig uitknijpen en uitspreiden op een handdoek.  Handdoek oprollen en het meeste vocht uit de vest drukken.  Vest in model brengen en vlak drogen op een droogrek (best met een handdoek onder het breiwerk zodat er geen ‘ribbeltjes’ in je vest drukken).
  • Vragen? bea@koekjesenboekjes.be.
 Veel succes!

Haak je eigen handwerktas

Haak eens een breitas 🙂 . Een leuk en snel projectje om te maken.  En een mooi cadeautje om te geven of te krijgen!

NODIG

  • wol of katoen voor naalden nr. 9/10 met een looplengte van +/- 210 m.  De wolrest die ik gebruikte is helaas niet meer verkrijgbaar.
  • haaknaald nr. 10
  • lint voor de hengsels.  Ik gebruikte namaak leder (Nostrex).
  • een knoop of broche als versiering

PROEFLAPJE

  • 9 vasten x 10 rijen = 10 x 10 cm

Let op : het is de bedoeling dat je een vrij ‘stug’  haakwerk krijgt zodat de tas mooi haar vorm houdt, dus gebruik – indien nodig – een dunnere naald of een dubbele draad zodat je een vast haakwerk krijgt.

AAN DE SLAG

  • Zet 30 lossen + 1 keerlosse op.
  • Rij 1 : haak 2 vasten in de eerste losse na de keerlosse – haak 28 vasten – haak 3 vasten in de laatste losse – haak 28 vasten – haak nog 1 vaste in de laatste losse – sluit met 1 met een halve vaste.
  • Rij 2 : haak op de 3 vasten aan de uiteinden telkens 2 vasten in 1 steek (zie tekening) en verder de 28 vasten aan elke kant. Keerlossen en halve vasten om te sluiten tellen niet mee als vaste.
  • Rij 3 : haak op de bovenste 4 vasten van de uiteinden telkens 2 vasten in 1 steek en verder enkel vasten.
  • Rij 4 : haak op de bovenste 8 vasten van de uiteinden telkens 2 vasten in 1 steek en verder enkel vasten.
  • Na rij 4 kan je best gewoon blijven verder haken zonder halve vaste om te sluiten en de bijbehorende keerlosse.  Zo krijg je het meest egale resultaat.  Hoe weet je dan wat het midden van je uiteinden is?  Plooi je werk dubbel zodat de lossen onderaan een mooie lijn vormen en rijg door de zijkanten een gekleurde draad.  Hang een stekenmarkeerder/paperclip/draadje aan de kant waar je de laatste sluiting met een halve vaste hebt gemaakt in rij 4, zo weet je wanneer je een volledige rij gehaakt hebt in de komende rijen.
  • Rijen 5-10 : een vaste in elke steek haken.
  • Rijen 11-18 : aan de zijkanten (dus waar je gekleurde draad zit) telkens 1 vaste per rij minderen.  Wanneer je terug aan de kant van je stekenmarkeerder/paperclip/draadje bent, sluit je de rij met een halve vaste en doe je nog een halve vaste in de volgende steek.
  • Rij 19 : dit is het begin van de flap.  Na de laatste halve vaste 1 losse haken en in dezelfde steek 1 vaste en verder vasten tot 1 steek voor het einde van de halve toer (dus 1 steek voor je gekleurde draad).  Vanaf deze rij wordt het werk dus gekeerd en wordt er niet meer in het rond gehaakt.
  • Rij 20-32 : 1 keerlosse en 1 geminderde vaste in de 2 eerste steken en in de 2 laatste.  Verder enkel vasten.  Knip na rij 32 je garen af.
  • Afwerkingsrij :  haak een rij vasten rondom de flap te starten vanaf de zijkant van de tas.  Wil je de tas graag kunnen sluiten, dan kan je in het midden van deze rij enkele lossen haken waar je knoop doorheen kan.

Afwerking

  • Stop de draadjes in.
  • Prop je tas vol krantenpapier of wol zodat je duidelijk zicht hebt op de dimensies ervan.
  • Plaats de broche op de flap of naai de knoop op de tas waar de flap er aansluiting mee vindt.
  • Knip de linten op maat en naai ze in het midden van de onderkant, op de achterzijde boven aan de tas en aan de voorzijde net onder de flap met kleine steekjes vast (je gebruikt hiervoor best een gesplitste draad van je garen).
  • Wil je dat je tas minder ‘doorzakt’, dan kan je de tas (diagonaal) op een oude placemat of een stuk karton plaatsen.  Teken met een potlood de omtrek op de placemat of het karton en knip deze vorm +/- 1 cm kleiner aan alle zijden uit.  Leg dit als bodem in je tas.

Klaar!

 

Laat je rakker zijn eigen sjaal ontwerpen – DIY

Wat gebeurt er als mama een sjaal voor zichzelf breit?  Jep, dan krijgt ze klachten van zoonlief dat ze ‘noooooooit’ eens iets voor hem breit.  Klinkt bekend 😉 ?  Daarom mocht hij zelf deze bijpassende sjaal bij zijn warme wintercardigan ontwerpen.  Net zoals hij dat ook deed voor zijn Duiveltjessjaal.

NODIG

  • geruit papier
  • kleurstiften of kleurpotloden in de kleuren van de wol
  • schaar en plakband
  • 2 of 3 bollen Drops Air in de gewenste kleuren
  • breinaalden nr. 5

AFMETINGEN

  • 16 x 130 cm

AAN DE SLAG

  • Plak enkele bladen geruit papier aan elkaar en knip ze tot 16 x 130 cm.
  • Laat je creatief directeur naar hartelust horizontale (!) stroken kleuren.  En denk er aan : hoe breder de stroken, hoe minder draadjes je moet instoppen 😉 !
  • Zet losjes 25 steken op (eventueel met een iets dikkere breinaald) en brei 4 rijen gerstekorrel.
  • Brei vervolgens in de heengaande naalden 4 steken gerstekorrel, 17 steken rechts, 4 steken gerstekorrel en in de teruggaande naalden 4 steken gerstekorrel, 17 steken averechts, 4 steken gerstekorrel en meet de stroken af volgens het kleurpatroon van je kleine rakker (ik legde het er gewoon telkens bovenop).
  • Wanneer je bijna aan het einde van het ontwerp bent, brei je de 4 laatste rijen weer volledig gerstekorrel. Kant losjes af.
  • Afwerking : week de sjaal een uurtje in koud water met een scheut Eucalan.  Knijp voorzichtig uit en span op.  Geen geduld? Eventueel kan je de sjaal ook licht bevochtigen (plantenspuit met koud water waaraan een klein beetje Eucalan is toegevoegd) en aan de achterzijde voorzichtig persen met een strijkijzer op wolstand.

PS : de cardigan breide ik met Drops Air naar een patroon uit deze Phildar catalogus.

Wat jij niet ziet – Sarah Pinborough

#WTFthatending… een thriller met een eigen hashtag.  Het is weer eens wat anders, dacht ik.  Tot ik de eerste bladzijde las, waarin de lezer – voor de grap? – tot een Non-Disclosure wordt verplicht, nog voor hij een letter gelezen heeft. Jak! Dat degouteerde enorm en bijna sloeg ik het boek weer dicht.  Maar gelukkig net niet.  Want wat de marketeers om zeep wilden helpen, is een spannend  en intrigerend verhaal van een ‘echte’ schrijfster.

Ze geeft je inkijk in het leven van Louise, een alleenstaande moeder, die David ontmoet in een kroeg, er als een blok voor valt om dan tot de ontdekking te komen dat hij haar nieuwe baas wordt.  De andere inkijk, is de leefwereld van Adele, de vrouw van David.  Alweer een ‘toevallige’ ontmoeting en Louise en Adele worden ondanks alles vriendinnen, of toch iets wat er op lijkt.  Want in dit boek is alles ‘iets wat er op lijkt’… of toch weer net niet.

Voor liefhebbers van een stevige mindf*ck is dit er eentje om duimen vingers bij af te likken.  Want het klopt… zo rond bladzijde 390 denk je inderdaad #WTFthatending 🙂 .

Veel leesplezier!

Eenvoudige gepimpte sjaal – DIY

Op zoek naar een eenvoudig patroon voor een superzachte warme sjaal met net dat beetje extra?  Dan is die er eentje waar je helemaal dol op zal zijn!

NODIG

  • 5 bolletjes DROPS Alpaca Bouclé 
  • breinaalden nr. 5 (warm aanbevolen zijn de ergonomische breinaalden van Prym.  Door het bolletje vooraan op de naald, blijven je naalden niet haken in de lusjes en kan je toch snel breien met dit garen)
  • 2 patches (Veritas)

AFMETINGEN

ongeveer 30 x 265 cm – dit is een sjaal die je dubbel om je hals slaat en dan knoopt, dus het kan ook met een bolletje breiwol minder als je hem maar één maal om je hals slaat.

AAN DE SLAG

  • Zet losjes en met dubbele draad 53 steken op (bij voorkeur met een gebreide opzet).
  • Brei al je bolletjes op met rechtse steek (jep, dat is meer dan één serietje Netflix 😉 ) en kant losjes af.
  • Ik gebruikte 2 dezelfde patches waarbij ik uit eentje een detail knipte.  Deze patches hebben een sticker-zijde waardoor ze makkelijk op de diagonale hoeken te positioneren zijn.  Strijk ze echter niet vast, maar naai ze erop met kleine steekjes en steek zoveel mogelijk horizontaal door je breiwerk zodat er aan de achterzijde niets zichtbaar is.

PS : dit patroon is geïnspireerd op een gezellige (en lekkere 🙂 ! ) workshop bij Josefien.

Veel breiplezier!

Appelcake met havermoutcrumble

NODIG

  • Voor de bodem :
    • 3 kleine of 2 grote eieren
    • 125 g suiker
    • 3 zakjes vanillesuiker
    • 175 g boter
    • 150 g zelfrijzende bloem
    • snuifje zout
    • 1 theelepel bicarbonaat
    • 100 g havermout
  • Voor de vulling
    • 4 appels
    • 75 g rozijnen geweekt in heet water met een zakje thee
    • 1 koffielepel kaneel of speculaaskruiden
  • Voor de crumble
    • 75 g boter
    • 75 g suiker
    • 120g havermout
    • snuifje speculaaskruiden of kaneel
  • grote springvorm, bakspray of boter en een snuifje bloem

AAN DE SLAG

  • Week de rozijnen in de thee.
  • Verwarm de oven voor op 170°.  Vet de springvorm in en bestuif met wat bloem.
  • Start met het maken van de bodem : smelt de boter en meng met de suiker en vanillesuiker.  Klop de eieren onder het mengsel.  Meng in een andere kom de bloem, het zout, het bicarbonaat en de havermout en voeg lepel per lepel toe aan het beslag.  Stort in de bakvorm.
  • Maak nu de vulling : schil de appels en snij in kleine dobbelsteentjes.  Giet de rozijnen af en voeg toe aan de appels, samen met de kruiden.  Meng goed en stort boven op de bodem.
  • Eindig met de crumble : smelt de boter en meng met de suiker, de havermout en de kruiden.  Verdeel over het appelmengsel.
  • Bak gedurende 1u, maar check af en toe dat de crumble niet te donker wordt.  Indien je cakeprikker nog niet droog uit de cake komt en de crumble toch al wat donkerder wordt, leg dan een zilverpapier losjes op de cakevorm.

Smakelijk 🙂 !