Santa always comes in April

‘Jawadde.  Die Bea is precies aan vakantie toe.’
Ik zag het je zo denken 🙂 . En dat klopt ook wel 🙂 . Maar de boude stelling in de titel klopt ook.  Elk jaar ergens rondom mijn verjaardag, brengt Santa Montefiore een nieuw boek uit.  Een jaarlijkse ‘guilty pleasure’ en feel-good cadeautje aan mezelf.

ALS DE RODODENDRON BLOEIT – Santa Montefiore

als-de-rododendron-bloeitDit jaar bracht ze het tweede deel van de Deverill saga uit, het vervolg op De vrouwen van kasteel Deverill.  Deze driedelige serie volgt Kitty, Celia en Bridie, die allen op hun eigen manier verbonden zijn met het kasteel.  Het verhaal speelt zich af tijdens het interbellum en biedt buiten de verschillende invalshoeken van de drie dames – en huisspoken en kleurrijke nevenpersonages! – een blik op het leven in het kasteel, maar ook op die tijd in New York en London.  Nadat Kitty in het eerste deel de hoofdrol voor haar rekening nam, staat in dit deel Celia wat meer in het voetlicht.  Het verhaal is er eentje in de traditie van Downton Abbey; het kabbelt rustig verder, maar je wil wel blijven lezen.  En al was het dan een jaartje geleden dat ik het vorige deel las, ik pikte moeiteloos weer in en ook de nevenpersonages waren nog duidelijk.  Dat is één van de vele kwaliteiten van Santa’s proza : heerlijk leesbaar voor mama’s die ‘s avonds – ondanks menig goed voornemen – na 2 bladzijden alweer steendood in slaap sukkelen 😉 .  Een andere kwaliteit is Santa’s vermogen tot ‘teleportatie’ : ik ben iemand die graag in boeken ‘woont’ en Santa’s boeken brengen je met elke zin wat meer naar de glooiende Ierse heuvels of op de thee bij de beau-monde in Londen en New York.  Haar eerste boek ‘Onder de Ombuboom’ vind ik nog steeds het mooiste verhaal vind (jep, na 15 jaar hoef ik het nog steeds niet terug van mijn boekenrek te plukken om de hitte van de Argentijnse pampa weer te voelen), maar ook de personages en locaties van haar andere boeken nemen je steeds op sleeptouw.  Haar plots zijn niet verbluffend, maar ze weet ze wel goed op te bouwen.  En dat zegt ze ook zelf : ‘I’m no Shakespeare, but I write a good yarn’.  Welke verstokte breister kan daar neen tegen zeggen 🙂 ?

BELGRAVIA – Julian Fellowes

Belgravia_NL_omslag.inddWie houdt van de Deverill-saga en Dowton Abbey heeft trouwens iets om naar uit te kijken naar het einde van deze maand toe : Belgravia van de schrijver van Downton Abbey zelf.  Het verhaal speelt zich af in Brussel.  Zo’n 200 jaar geleden, aan de vooravond van de slag bij Waterloo, organiseert de hertogin van Richmond een groots bal ter ere van de hertog van Wellington. Maar vlak na middernacht krijgt deze onverwacht het bericht Napoleon de grens is overgestoken en als je met een wat beschonken leger in gala outfit Napoleon te lijf gaat, dan zijn de gevolgen er ook naar… Dit boek is op een aparte manier uitgegeven : in hoofdstukken die je, met enige tijd er tussenin, voor de uitgave van het volledige boek – digitaal – kon kopen. Het eerste hoofdstuk is gratis te downloaden in het Engels op Amazon en het smaakt absoluut naar meer 🙂 .   Dit boek komt in zijn totaliteit, zowel in print als digitaal, in het Nederlands uit aan het einde van deze maand.

THE ROYAL RABBITS OF LONDON – Santa & Simon Sebag Montefiore

En ook voor de kleinsten is er wat om naar uit te kijken!  Santa en haar echtgenoot Sebag hebben samen een kinderboek geschreven naar een idee van hun zoon Sasha, in wiens fantasie zich een ganse konijnenkolonie huisvestte onder Buckingham Palace.  Ze ontwikkelden dat idee verder met advies van hun dochter Lily (de kids waren toen nog zeven en negen jaar). En het resultaat is het heldhaftige verhaal van Shylo die bewijst dat zelfs een piepklein konijntje dapper genoeg kan zijn om de hele ‘British Royal Family’ te redden (wat een klus 😉 !).  Het boek komt uit in oktober en wordt ook verfilmd door de makers van onder andere Ice Age.

Dus ja, Santa always comes in April… and sometimes in October too 🙂 !

De Bernadette die niet van je schouders glijdt

BernadetteFBJe kent het wel.  Je hebt je Bernadette aangetrokken tegen een ‘klein kouwke’ en daar loop je dan met je Bernadette, je handtas, je volle winkelkar en een kinderhandje door dat ‘klein kouwke’ … kou te lijden. Want je beminde Bernadette is van je schouders gegleden en flappert als een weerspannige terrier achter je aan 🙂 .
De gemiddelde Bernadette blijft prima hangen op schouders met de elegantie en symmetrie van een kostuumhanger.  Maar lijken de jouwe – net als de mijne – eerder op zo’n draadkapstokje van de wasserij dat al een keertje tussen de kleerkastdeuren heeft gezeten? Dan is deze ‘getweekte’ Bernadette zeker iets voor jou!

BernadetteNODIG

Maten S/M, L, XL :

8-9-10 bollen Phil Light (kleur givre)
2 bollen Phil Diamant (kleur glaçon)
breinaalden nr. 7 en 15 en een haaknaald nr. 10

Deze vest is gebreid als jas met 6 draden Phil Light en 1 draad Phil Diamant.  Wil je een dunnere vest die je ook binnen kan dragen, brei dan met minder draden.

 

AAN DE SLAG

Proeflapje

  • 8 steken x 10 rijen met naalden nr. 15 en 7 draden = 10 x 10 cm

tekening.001Rugpand

  • Zet (met 6 draden Phil Light en 1 draad Phil Diamant) 40-44-48 steken op met naalden nr. 7 (zet vast op! Zo bekom je de mooie ‘bolling’ van de vest) en brei 4 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts).
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 15 32-38-38 naalden jersey.
  • Minder vervolgens aan beide zijden van het rugpand 5 x 1 steek in elke 4de naald (voor de mouwinzet).
  • Kant de resterende 30-34-38 steken af na de 52-58-58 ste naald.

Linker voorpand

  • Zet 20-22-24 steken op met naalden nr. 7 en brei 4 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts).
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 15 32-38-38 naalden jersey.
  • Minder aan de linker zijde van het zijpand 5 x 1 steek in elke 4de naald (voor de mouwinzet).
  • Kant in de 51-57-57ste naald 4-5-6 steken af aan de rechter zijde van het zijpand (voor de kraag).
  • Kant de resterende 11-12-14 steken af na de 52-58-58ste naald.

Rechter voorpand

  • Brei in spiegelbeeld van de linker voorpand.

Mouwen

  • Zet 28-30-32 steken op met naalden nr. 7 (ook strak opzetten!) en brei 4 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts).
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 15 in jersey 8-10-10 rijen en meerder aan beide zijden van het werk 1 steek.  Herhaal dit op de 16-20-20ste en op de 24-30-30ste rij.
  • Voer vanaf rij 34-38 volgende minderingen door aan beide zijden van de mouw : 1 x 5 steken, 1 x 4 steken, 2 x 2 steken.
  • Zet de resterende steken af in de volgende rij.

Afwerking

  • Naai de schoudernaden in elkaar (alle naden in matrassteek!) tot aan de steken die de kraagopening van het voorpand vormen.  Zorg er wel voor dat je de ‘tand’ die ontstaan is door de rij te keren mee vast naait zodat je als kraag een mooie doorloop hebt van de afgezetten steken van het voorpand op de 10 vrije afgezette steken van het achterpand.  Van zodra je de vest draagt, zal het voorpand uit zichzelf omkrullen zoals bij de gewone Bernadette, maar het zwaartepunt ligt met deze kraag en mouwinzet meer vooraan, zodat de vest niet van je schouders zal glijden.
    Chinees?  Kijk dan op de foto 🙂 .kraag
  • Naai de mouwen in de mouwsgaten.  Je zal zien dat schuine zijde van de mouw iets verder komt dan de eerste mindering in de voor- en achterpanden!
  • Naai voor- en achterpand en mouwen aan elkaar.

TIPS

  • Start de Phil Light bollen met de draad aan de buitenzijde van de bol, want anders zit je lang te ‘prutsen’ met het afwikkelen van het hartje van het kluwen!  Het is handig om de bollen in een grote mand of doos te leggen tijdens het breien, want als je ze op deze manier afwikkelt leiden ze echt wel een eigen leven, wat gegarandeerd interesse wekt bij kids en poezen 😉 .
  • Ondanks de ‘getweekte’ mouwinzet en kraag, blijft dit een prima patroon voor beginnende breisters.
  • Bernadette heeft een badje nodig?  Kwartiertje weken in een lauw sopje met Eucalan (niet uitspoelen).  Voorzichtig uitknijpen en uitspreiden op een handdoek.  Handdoek oprollen en het meeste vocht uit de vest drukken.  Vest in model brengen en vlak drogen op een droogrek (best met een handdoek onder het breiwerk zodat er geen ‘ribbeltjes’ in je vest drukken).
  • Wil je dit patroon graag in een kleinere maat breien?  Gebruik naalden nr. 12 ipv 15 en 4 draden Phil Light en 1 draad Phil Diamant (proeflapje : 9,5 steken x 11 rijen = 10 x 10 cm).  Of stuur een mail naar bea@koekjesenboekjes.be en ik help je het patroon aan te passen.

 

 

 

Duiveltjessjaal

Oliver#Tousensemble! De leuze van de Rode Duivels en ook die van moeder en zoon. Samen creëerden we namelijk onze eigenste duiveltjessjaal.

AFMETINGEN
De sjaal zonder franje meet 125 x 18 cm.

NODIG
– Supersoft garen van Zeeman (jep, dit pièce unique brei je voor nog geen 3 euro!) : 1 bol rood, 1 bol zwart, 1 bol geel
– breinaalden nr. 6 en haaknaald nr. 10
– ruitjespapier
– kleurstiften
– stuk karton 12 cm breed en +/- 20 cm lang
– een stevige dosis stressbestendigheid. Reken maar dat je op de vingers gekeken wordt 🙂 !

AAN DE SLAG

patroonPATROON
Voor het patroon plak je enkele bladen ruitjespapier aan elkaar met plakband (achterzijde). Vervolgens knip je het op maat (18 cm breed en +/- 60 of 125 cm lang).
Laat je kleine kornuit er naar believen horizontale lijnen op tekenen en ze inkleuren met geel, rood en zwart.

PROEFLAPJE
10 x 10 cm jersey gebreid met dubbele draad = 16 steken x 20 rijen. Gebruik dikkere of dunnere naalden indien nodig.

SJAAL
Zet 28 steken op in de eerste kleur van het ontwerp van je kleine schelm en brei 5 rijen rechts.
Brei verder als volgt :
rij 6 : 3 steken rechts – 22 steken averechts – 3 steken rechts
rij 7 : alle steken rechts
Blijf rij 6 en 7 herhalen tot een tweetal cm voor het einde van het patroon, brei de laatste 5 rijen rechts en kant af.

TIP : Let erop dat je tijdig van kleur verandert volgens het getekende patroon en steeds in een rechtse rij! Bij het patroon van 60 cm lengte brei je een contrasterende kleur en dan nogmaals het patroon (eventueel in omgekeerde volgorde). Bij dat van 120 cm lengte volg je gewoon het hele patroon.

AFWERKING
Stop alle draadjes in en stoom de sjaal met je strijkijzer op de laagste stoomstand. Let op dat je niet over het breiwerk strijkt (dan wordt het een platte pannenkoek!), maar het ijzer op enkele centimeters boven je sjaal houdt en de stoom zijn werk laat doen.

dubbelFRANJES
Maak een kleine insnede in de zijkant (12 cm lengte) van het karton en stop er 2 draden van elke kleur in vast. Laat je spruit vervolgens de draden rondom het karton wikkelen. Om gemakkelijker te werken, kan je ook het uiteinde vaststoppen in een kleine insnede aan de andere zijkant van het karton.
Knip de draden door aan 1 lange zijde van het karton en laat je kleinste de franjes naar eigen goeddunken samenstellen met 6 draden per franje.
Leg je sjaal met de achterzijde naar boven op tafel. Trek met je haaknaald de 6 draden door de korte kant van de sjaal, laat de haaknaald in de lus en trek hierdoor de 12 draden van de franje. Trek de knoop goed aan. Herhaal dit tot de beide uiteinden van de sjaal volledig van hun franje zijn voorzien.

Zo, Rode Duivels, wij zijn er klaar voor. Hopelijk jullie ook 🙂 !

Patrouille Linkeroever 4 Kids

agent_en_boef Een pineut van een agent en een deugniet van een boef.  Het werkte voor Gaston en Leo, het werkt voor Patrouille Linkeroever… en het werkt ook kleuters op de lachspieren.

Schrijver Tjibbe Veltkamp en illustrator Kees de Boer vullen in deze serie van Agent en Boef mekaar perfect aan.  Het verhaal is pure situatiehumor en leest vlot. Op elke pagina wordt niet enkel de verhaallijn uitgesponnen, er zijn ook nog extra dingen te ontdekken in de tekeningen (meestal mallotige streken van Boef), wat het leuk blijft houden als je de boeken meerdere keren voorleest.

Maar helaas voor de voorleesmama’s : deze Agent heeft allerminst het ‘carrure’ van Bruce’ke… Maar gelukkig beschikt hij wel over de brains van Saskia 😉 .  Veel voorleesplezier!

serie boeken

Het geheim van mijn man

Het geheim van mijn man

‘Als je dit leest, ben ik dood…’  Niet meteen iets wat je wil lezen.  Zeker niet als degene die het schreef springlevend is… en toch.

Deze test in nieuwsgierigheid overkomt Cecilia, een moederkloek waar je stiekem wat jaloers op bent omdat ze een perfect gezin weet te combineren met een carrière én een kraaknet huis én dan ook nog eens voor iedereen klaar staat.  Maar dat het niet al goud is, wat blinkt, blijkt al snel uit deze brief.

Het verbaasde me om na het intrigerende hoofdstuk over Cecilia in een hoofdstuk gegooid te worden over Tess, wiens man er vandoor is met haar beste vriendin.  Ik moet toegeven dat ik initieel zelfs dacht dat er wat was misgelopen bij het boekbinden, maar daar was ik wel overheen 😉 toen ik bij het hoofdstuk van Rachel kwam, die jaren geleden haar dochter verloor en nog steeds naar antwoorden zoekt.  Het lijkt eclectisch op het eerste gezicht, maar hoe verder je in het verhaal komt, hoe meer je de verhaallijnen van deze drie vrouwen in mekaar ziet lopen.  De vlotte schrijfstijl en de herkenbaarheid maken dat je meevoelt met alle drie en door hun ogen zie je dan ook de impact van die ene gebeurtenis vanuit verschillende perspectieven.

‘Het geheim van mijn man’ speelt zich af in Australië, wat de seizoensbeleving uiteraard omgekeerd maakt, en aGrote kleine leugenslles gebeurt binnen slechts één week, waardoor het verhaal vaart houdt.  Het leest vlot weg, maar zet je ook aan het denken.  Hoe goed ken je de mensen met wie je samenleeft echt?  Hoe belangrijk is het verleden?  En wat kan je vergeven en wat niet?  Vooral de epiloog zet je nog eens een andere bril op.

Waarom dit nog steeds een aanrader is? Ik las het al een hele poos geleden en toch bleven de personages me bij : goed teken 😉 .  Moriarty’s nieuwe boek ‘Grote kleine leugens’ komt einde deze maand uit.  Om naar uit te kijken!

Gebakken kakkewiet met wormen

kakkewiet1Of we wat ‘didactisch materiaal’ konden maken voor de info avond over wormen en overdraagbare ziekten bij honden, vroeg onze geliefde tante en dierenarts.  In het kader van ‘hoe-vettiger-hoe-prettiger’ zei zoonlief meteen volmondig ‘JA’.  Dus bakten wij met zoutdeeg drie uit de kluiten gewassen kakkewieten met wormen, maar dit zoutdeeg leent zich natuurlijk ook prima voor wat ‘esthetischere’ projectjes!  En het stinkt niet 🙂 !

 

NODIG

  • 3 koppen witte bloem (geen ‘zelfrijzende’, dan krijg je olifantendrollen 🙂 !)
  • 1 kop keukenzout
  • 1 kop water
  • 1 theelepel olie
  • plakkaatverf
  • spuitbus doorschijnende vernis
  • ijzerdraad (zie tips)

potjes                oven1                
AAN DE SLAG

  • Meng de bloem en het zout in een kom en voeg de olie toe.
  • Indien je het deeg in de massa wil kleuren : voeg dan de plakkaatverf (veel! zie tips) al bij het water voor je dat bij de bloem giet.  Indien je geen verf gebruikt, kan je een beetje meer water toevoegen aan de bloem.
  • Kneed het deeg tot een stevige bal.  Als het korrelig en droog is, voeg dan nog wat water toe.  Als het te kleverig is, voeg dan nog wat bloem toe.
  • Het is nu klaar om je figuurtjes mee te maken.  Voor de kakkewieten gebruikte ik iets natter deeg dat ik in een plastic zak deed waar ik een puntje afknipte.  Zo is ‘drollen draaien’ in een wip geklaard en ‘net echt’ 😉 .  Voor de wormen rolden we slierten en bolletjes.kakkewiet3
  • Bak gedurende 1 tot 2 uur in een oven van 100° en langer indien nodig (hangt af van de dikte van je figuren!). Laat afkoelen in de oven.
  • Schilder en/of vernis je figuren.

TIPS

  • Wanneer je het deeg in de massa kleurt, is het belangrijk om echt stevig wat verf te gebruiken.  Onze kakkewieten waren mooi bruin toen ze de oven in gingen… en kwamen er als viezig mauve exemplaren terug uit 🙁 . Gezien de extreme zeldzaamheid van honden met deze kleur van kaka 🙂 , hebben we onze drollen dus nog een extra laagje verf gegeven.
  • Wanneer je ‘uitsteeksels’ creëert met het zoutdeeg, zoals onze gekleurde wormen, kan je deze best verstevigen door er een ijzerdraad door te steken. Anders zakken ze in mekaar tijdens het bakken.
  • Je kan dit deeg langere tijd in de koelkast bewaren in een afgesloten plastic zak.

Onze kakkewieten zijn te bewonderen bij Dier & Dorp in Bonheiden.  De welriekende 😉 info avond over wormen en overdraagbare ziekten bij honden gaat door op 18 mei om 19u in de dierenartsenpraktijk.
Allen daarheen!

 

 

 

‘Beverwoud’ koekjes

‘Mama, wanneer gaan we dat nu eens maken?  Van het Beverwoud?’
Stilte, op het geknetter in mijn hersenpan na.
‘Jij had dat toch beloofd, mama.  Dat wij iets gingen maken, zo van het Beverwoud. Zo in de oven…’

koekjes

NODIG
voor ongeveer 10 grote koeken

  • 150 g zelfrijzende bloem
  • 100 g (riet)suiker en 1 zakje vanillesuiker
  • 100 g havermout (Quaker) of muesli (Country Store)
    tip: muesli of havermout met grove vlokken maal je best even fijner in de keukenrobot
  • 1 ei
  • 125 g zachte boter
  • een snuifje zout
  • indien je havermout gebruikt, kan je een klein handje rozijnen/veenbessen en/of noten toevoegen en een theelepel speculaaskruiden

AAN DE SLAG

  • verwarm de oven voor op 200°
  • meng alle droge ingrediënten met een houten lepel. Of laat ze mengen door de kleinste. ‘Keukenrobot’ is tegenwoordig best wel een coole jobtitel 😉 .
  • meng het ei en de botervlokken erdoor. Lees : laat de ‘keukenrobot’ erin knijpen tot het door zijn vingers heen spuit 😉 .
  • schep met een ijslepel – zo’n ouderwetse met een veer – het kleverige deeg op een bakplaat bekleed met bakpapier en druk de hoopjes wat plat.  Leg ze ver genoeg uit elkaar, want de koekjes ‘groeien’ nog.
  • Bak ongeveer 10 minuten… Net tijd genoeg om een liedje te zingen 🙂 .

Zeg Roodkapje, waar ga je heen?
Zo alleen, zo alleen.
Zeg Roodkapje, waar ga je heen?
Zo ALLEEN?

‘k Ga naar grootmoeder koekjes brengen,
in het woud, in het woud.
‘k Ga naar grootmoeder koekjes brengen,
in ‘t BEVERWOUD.

In het woud zijn de wilde bevers,
in het woud, in het woud,
In het woud zijn de wilde bevers,
in het WOUD.

‘k Ben niet bang voor de wilde bevers,
‘k Ben niet bang, ‘k ben niet bang,
‘k Ben niet bang voor de wilde bevers,
‘k Ben niet BANG.

‘k Zal eens zien of jij niet bang bent,
‘k Zal eens zien, ‘k zal eens zien,
‘k Zal eens zien of jij niet bang bent,
‘k Zal eens ZIEN.

Een kasteel voor de ridder van Rapoensel

Het is er het weertje wel voor vandaag : filmpjes kijken en wat knutselen.  Onze kleine prins was danig onder de indruk van Rapunzel, en dan vooral van de heldhaftige ridder Flynn, dus wisten we meteen wiens kasteel we vandaag gingen bouwen!

kasteel

NODIG

  • schoendozen
  • WC rolletjes en/of andere karntonnen cilinders
  • plakaatverf
  • lijmpistool en gewone lijm
  • versieringen : viltstroken, sterren, cocktail prikkers, etc.
  • Play-mobil stand-ins voor Rapoensel en haar ridder Flynn en een restje beige breiwol.  Helaas, helaas… ons paard konden we vandaag nergens terugvinden, dus moet die maar ‘zogezegd’ op stal staan, lees ‘ergens onder een kast liggen’ 🙂 .

AAN DE SLAG

  • Koop minstens 3 paar schoenen (Rapoensel woonde in een hoge toren, dus ‘more is definitely more’ 🙂 )
  • Laat je spruit WC rolletjes verzamelen en schilderen met plakkaatverf. Jep, tafel en spruit zullen daarbij ook van kleur veranderen, dus je weze hierbij gewaarschuwd!
  • Verwijder schoenen en deksel van de dozen, pas je toren in mekaar en snij er waar gewenst deurtjes in.  Plak vervolgens de dozen met het lijmpistool op elkaar.
  • Versier de toren door er de viltstroken, sterren, etc. op te plakken.  Bovenaan hebben wij er cocktailprikkers op gezet voor het ‘dramatisch effect’.
  • Knip, wanneer de WCrolletjes droog zijn, kantelen aan de bovenzijde van elk rolletje en plak ze met het lijmpistool aan de toren vast.
  • Verschalk de Play-mobil prinses en knoop haar op met 3 lange draden breiwol 😉 die je vervolgens vlecht en onderaan vastknoopt.

Veel plezier!

Een lach na de tranen

We missen hem, onze poezieboy.  En nog het meest tijdens ons dagelijkse voorleesmoment.  Geen grote poten meer die wiebelig een plekje zoeken op kleine kinderbillen, geen poezenpoep als ongewenste bladvulling, geen gespin als zachte begeleidingsmuziek bij ons verhaaltje.  Ik kon er zelf moeilijk mee omgaan die eerste dagen, maar wou ook geen afbreuk doen aan ons avondritueel.  Dus hadden we nood aan een geweldig goed boek om onze gedachten te verzetten.  En dat werd er eentje zonder prenten

boek_zonder_tekeningen

‘Je denkt misschien dat een boek zonder tekeningen saai is of vervelend,’ begint de schrijver.  Onze jongste kijkt mij met opgeheven wenkbrauw aan van ‘allez mama, je weet het dan toch’ 🙂 . Maar dan komt de ‘tenzij’, dan komen de regeltjes en afspraken die aan de voorlezer worden opgelegd en spitsen de vierjarige oren zich.  En dan… is het hek van de dam.  Beste voorlezer, dan maakt u zich gewoon compleet belachelijk.  Tot groot jolijt van uw kroost.

Dit boek slaat nergens op.  Het heeft geen verhaallijn en ‘veegt vierkant zijn poepiekont‘ aan alle regeltjes voor het schrijven van kinderverhalen.  En toch is het briljant. Kleuters vinden deze humor geweldig.  Dus dit boek is een blijvertje en eentje dat hier ten huize al meermaals werd herlezen.

‘Mama, kan je nog horen als je in de hemel bent?’IMG_2435 copy
‘Ik denk het wel, ja.  Zeker als je een kaarsje brandt.’
En daarom maakten we dit kadertje met een ‘kids-proof’ lichtje en zijn we de afgelopen dagen grootverbruiker van Duracell.  Kwestie dat W. niks mist van wat we hier uitspoken en vooral kan meeluisteren naar dat verhaaltje waarbij hij zelfs met de beste wil van de wereld zijn poezelige ‘poepiekont‘ nooit voor de tekeningen had kunnen zetten.

Afscheid

WhiskeyenoliverOns huis is leeg, stil en kil.  W., onze lieve poezenvriend is niet meer.  Hij bezweek dit weekend aan een korte, maar hevige infectieziekte.  En kort was ook zijn leven hier bij ons.  Te kort.

Het begon zo’n acht jaar geleden op een mooie lentedag toen ik hem, samen met een goede vriendin en haar dochter, ging halen bij een ex-collega.  Toen we aankwamen op zijn boerderij in het Leuvense, zat Ma Poes zich genoegzaam te likken in het zonnetje.  Zonder kroost.  Na enige paniek werd de kroost gelukkig wel gevonden. Alle vijf kittens lagen als sigaren in een doosje te dutten in de bovenste lade van de dressoirkast.  De dochter van mijn vriendin koos een zwart met witte kattin die ze ‘Minnie’ doopte; heel toepasselijk want uiteindelijk kregen ze maar half zoveel poes mee naar huis als ik.  W. was toen al een uit de kluiten gewassen pluizenbol met een zacht en schuchter karakter.  Hij stond vervolgens twee uur met me in de file op de Brusselse Ring en gaf geen kik.

Eens thuis werd hij enthousiast verwelkomd door P., een kleine chocoladebruine Britse korthaar die me toeIMG_0536n al zo’n anderhalf jaar gezelschap hield, de dolste poezenfratsen uithaalde en geweldig content was met extra publiek.  Na een weekje met W. in een bench om aan elkaar te wennen, was het tijd om hen samen te laten spelen.  En van toen af, kwam ik er eigenlijk niet meer aan te pas 🙂 .  P. toonde W. de kattenbak, eten en drinken en liet hem spelen met zijn speelgoed – een vis aan een elastiekje aan de deurklink – terwijl hij fier naar mij keek met een blik van ‘kijk eens, ik ontferm mij hier toch goed over dat klein grut, hé’ 🙂 . Dat ‘klein grut’ was al na enkele weken groter dan P., maar nog steeds bleef P. hem wassen en vertroetelen.  Ze waren altijd samen en op aangeven van P. voerden ze heel wat in hun schild, zodat ze ook wel eens konden doorgaan voor ‘Afbraakwerken P&W’ 🙂 . P. vond het trouwens helemaal niet leuk dat ik ‘onze papa’ ontmoette en joeg hem de stuipen op het lijf door hem in de douche te gaan zitten begluren.  Hij moest er maar wat voor over hebben om ‘de mama’ te mogen versieren 😉 .

Het was dan ook een hele schok voor ons en zeker voor W. toen P. plots heel jong overleed een aantal jaren geleden toen ik zwanger was van onze zoon.  Samen met ons, treurde W. heel erg.  Hij had er moeite mee dat hij niet enkel zijn speelkameraad, maar ook zijn leider kwijt was.  Hoewel P. drie keer kleiner was dan W., kon hij er zich altijd achter verschuilen want P. deed niets liever dan het voortouw nemen.  Nu werd W.’s schuchterheid op de proef gesteld en het duurde Whiskeylang voor hij over zijn verdriet heen stapte en wat dapperder werd.  En dan kwam daar ook nog dat rare nieuwe creatuur in ons gezin, zo’n klein model van mens, dat had hij nog nooit gezien 🙂 .  Dus hield hij zich maar op veilige afstand in het begin.  Maar zodra onze schavuit wat groter werd, werden ze dikke vrienden.  Vaak als we speelgoed kochten voor onze zoon, ging W. er van uit dat dat voor hem was.  Een draaiende mobile, een speelmat met wiebeldingen, een stel botsballen… hij vond het allemaal net zo geweldig als onze kleine kornuit.  En hij speelde ook graag met hem, ook al betekende dat wel eens dat hij de eenzame prinses moest zijn terwijl onze jongste de stoere ridder uithing.  W.’s favoriete tijd van de dag, was ook de onze : het verhaaltje voor het slapengaan.  Als de Bremer muzikanten zaten we, geweldig onhandig op mekaars schoot gestapeld, te lezen en te knuffelen.

Het verhaaltje lezen is nu anders.  Eenzaam en met veel vragen. ‘Maar mama, hoe ziet die hemel er dan uit waar W. naartoe is?’ vraagt zijn dikste vriend tussen twee snikken in.  En daar weten zelfs de beste mama’s geen antwoord op…  Maar wat deze mama wel weet, is hoe de hemel er hier veel jaren heeft mogen uitzien : een zetel bij het haardvuur met een schat van een kat op schoot.  Het ga je goed, poezieboy.

Warme sjaals voor vader en zoon

sjaals2

‘Mama, ik wil ook een papa zijn.’
‘Dan zal je nog veel bokes moeten eten.’
‘Ja maar, zo met dezelfde kleren aan. En ik ben toch al een beetje groot, hé?’

Dus ging mama op strooptocht naar (bijna) identieke hemden, dassen en blauwe jassen.  En – wegens onvindbaar – breide ze de sjaals zelf :).

HERENSJAAL

AFMETINGEN

  • 20 x 200 cm

NODIGbreiwerk2

  • 200g Katia Darling
    (ik gebruikte kleur 200)
  • Priemen maat 3,5
    of 3 indien je los breit

AAN DE SLAG

  • Zet 60 steken op en brei de rijen als volgt :
    1. rechts
    2. averechts
    3. rechts
    4. averechts
    5. averechts
    6. rechts
    7. averechts
    8. rechts
  • Herhaal rij 1 tot 8 tot je een totale lengte van ongeveer 200 cm hebt (hangend vanaf de priem gemeten!)

 

KINDERSJAAL

sjaals3AFMETINGEN

  • 15 x 120 cm

NODIG

  • 100g Katia Darling
    (ik gebruikte kleur 200)
  • Priemen maat 3,5 of 3 indien je los breit

AAN DE SLAG

  • Zet 40 steken op en brei de rijen als volgt :
    1. rechts
    2. averechts
    3. rechts
    4. averechts
    5. averechts
    6. rechts
    7. averechts
    8. rechts
  • Herhaal rij 1 tot 8 tot je een totale lengte van ongeveer 120 cm hebt (hangend vanaf de priem gemeten!)

TIPS

  • mutsWanneer je een nieuwe bol wol aanzet, probeer dan het kleurenpalet van de wol te respecteren.  Je heb voldoende wol, dus rol je nieuwe bol af tot wanneer je aan de kleur komt waar je vorige bol stopte.
  • Ik haakte voor onze kleine kornuit een grappige uilenmuts uit een haakpakketje van Katia en werkte die af met restjes wol van de sjaal in plaats van de bijgeleverde accessoires zodat sjaal en muts bij elkaar passen.
  • Het patroon van de sjaals is gebaseerd op een model dat ik in de winkel de sympathieke dames van Huis Inge Goderis te Mechelen zag.  De wol is daar verkrijgbaar.

De groene zoen

ValentijnDit jaar kreeg ik met Valentijn bloemen… van een ander.

boeket1Geen nood, wij zijn nog steeds gelukkig samen!  Hubby is er zelfs ook happy mee 🙂 .  Ik won namelijk een heel originele wedstrijd bij Bloemenateljee Jacaranda.  Giselle vroeg even voor Valentijn aan haar klanten om een leuke wens voor hun liefje in haar boom te hangen.  De mijne won dit prachtige boeket waar ik erg gelukkig mee ben.

trouw bie 109

Bijna net zo gelukkig, als met het bruidsboeket dat ze vijf jaar geleden voor me maakte 😉 .

Happy Valentine!

Het beest in ons broekje

marsmannetjes Mocht je dit str*ntweer nog onvoldoende reden vinden voor een gezellig tripje naar het bibje, dan is het toch de moeite voor dit boek.

De Blibs zijn tijdens hun rooftocht hier op aarde niet op zoek naar kindjes om op te peuzelen, maar naar waslijnen vol kleurige broekjes en slips!

Net als Stap maar op mijn bezemsteel, is ook dit een origineel verhaal vol Britse onderbroekenlol. En ook dit boek staat op rijm, al is dat soms wat stroef vanwege de vertaling.

Hoewel het nog steeds een grote hit is in de UK en er zelf vervolgverhalen zijn waarin de marsmannetjes met onderbroek en al de hele wereld redden, is dit boek niet meer verkrijgbaar in het Nederlands…
Maar niet getreurd : spring in je onderbroek en haast je naar de bib, en euh… pas misschien toch maar op voor die alien in je slip 🙂 .

Broodcake met noorderkrieken en zwarte chocolade

BroodcakeHet eerste koekje voor bij ‘t boekje is geen koekje, geen cake en ook geen bodding.  Maar wel lekker 🙂 !  We zijn hier zelf niet zo dol op de kleverige en zware consistentie van bodding, maar vinden het wel zonde om veel brood weg te gooien, dus verzonnen we deze ‘broodcake’.

NODIG

  • 300 g brood van enkele dagen oud, niet volledig uitgedroogd (dat kan ook, maar dan moet je iets meer melk toevoegen) en zonder korsten (ook deze kunnen er wel bij, maar dan moet je de staafmixer even in het beslag zetten)
  • 1/2 l melk
  • 200 g suiker
  • 125 g zelfrijzend bakmeel
  • 1 theelepel bicarbonaat of bakpoeder
  • 1 zakje vanillebloem (om pudding te maken)
  • 5 eieren
  • 3 sneden peperkoek of een restje koekjes
  • 2 eetlepels honing of confituur
  • 1 theelepel kaneel of speculaaskruiden
  • 1 kleine bokaal noorderkrieken (sap afgieten!)
  • 100 g zwarte chocolade grof gehakt
  • 1 grote springvorm en wat bakpapier
  • beetje bloemsuiker voor de afwerking

AAN DE SLAG

  • Verwarm de oven voor op 180°.
  • Meng de melk met de suiker.
  • Scheur of knip (veeeeeeel interessanter voor kleine koks 🙂 ) het brood in de melk en verkruimel er ook de peperkoek/koekjes in.  Roer om en laat even staan.
  • Voeg de vanillebloem, bakmeel, bicarbonaat, kaneel, de honing/confituur toe en roer goed (zelf, of je kan straks heel je keuken poetsen 🙂 ).
  • Voeg 1 voor 1 de eieren toe en blijf stevig roeren.
  • Haal de springvorm uit elkaar.  Leg op de bodem een vierkant stuk bakpapier dat wat groter is dan je vorm en klik de zijkant erop zodat het bakpapier vast zit.  Laat het overtollige papier uit de vorm hangen (dat heb je straks nodig voor de grote tovertruk 🙂 ).  Beboter en bebloem de zijwand van de springvorm.
  • Giet het deeg in de vorm.
  • Verdeel de krieken en chocolade over het deeg en laat ze er van zichzelf inzakken.  Op die manier heb je niet enkel chocolade en krieken op de bodem.
  • Bak 35 minuten tot een uur in het midden van de oven.  Hoe dikker de cake (dus hoe kleiner de diameter van je springvorm), hoe langer het duurt om te bakken.  De cake is klaar als je er met een stokje in prikt en dat stokje er ‘proper’ weer uit komt.  Hou je oven in het oog vanaf 25 minuten baktijd.  Als je ziet dat de cake al vrij donker is, maar nog niet klaar, zet de oven dan op 170° en leg een stuk zilverpapier losjes over de cake.
  • Haal de cake uit de oven en laat een half uurtje afkoelen op een rooster alvorens je de vorm losmaakt.  Ga voor je deze losmaakt nog even met een mes langs de randen zodat hij mooi vrij komt. De dan de grote tovertruk 🙂 : maak een scheurtje in het bakpapier dat uit de vorm stak, hou het papier aan beide zijden van het scheurtje vast en scheur het zo onder heel je broodcake uit.
  • Laat volledig afkoelen (of probeer dat, de heerlijke geur uit je keuken zal ongetwijfeld hongerige curieuzeneuzen gelokt hebben 🙂 ) en bestrooi met poedersuiker.

TOETERS & BELLEN

  • Wil je de cake nog luchtiger?  Klop dan de eiwitten stijf en spatel ze aan het einde onder het beslag.
  • Ook heerlijk in plaats van de noorderkrieken en chocolade :
    • blauwe bessen en amandelen
    • appeltjes (kleine dobbelsteentjes bestrooid met wat extra kaneel voor ze het deeg in gaan) en rozijnen (half uurtje geweekt in hete thee of rum)
    • witte chocolade (grof gehakt) en gedroogde veenbessen (half uurtje geweekt in heet water)

‘En wie moet dan de korstjes opeten, mama? Ikke ni, hé!’
‘Nee, hoor.  Stop ze maar terug in de zak, dan geven we ze aan de eendjes in het park.’
‘Ja, want die zijn heel arm, hé mama. En die lusten onze cake toch ni, hé?’ 🙂

Ervoor, erna en ergens tussenin

voorjou_300  Eenlevennajou_300  vierpluseen_300

Jojo Moyes staat al enkele jaren in mijn top vijf van favoriete schrijfsters.  Wie zich aan meligheid verwacht, is bij haar aan het verkeerde adres.  Ze is een raspaard in de schrijverij met originele verhaallijnen, krachtige en levensechte personages en een taal met 26 letters en duizend beelden.

VOOR JOU

Louisa is een lieve, iewat naïeve jonge vrouw die via wat omwegen bij een bemiddelde familie terecht komt om voor Will te zorgen, een jonge man die verlamd geraakte bij een ongeval.  Louisa heeft die ongekunsteldheid van Nathalie (Martine McCutcheon), de housekeeper van David (Hugh Grant) in Love Actually, en is iemand die je meteen in je hart sluit.  Will is een heel ander karakter (ondanks zijn handicap zou je hem toch soms ‘een mossel om zijn oren’ willen geven), maar op een grappige en levensechte manier groeien ze naar elkaar toe.
2013 was het jaar waarin Me Before You (Voor jou) uitkwam en ook het jaar waarin ik zelf afscheid nam van iemand die me zeer nauw aan het hart lag.  Kortom, niet het jaar om een boek te lezen rondom het euthanasie vraagstuk.  En toch deed ik het en daar ben ik blij om.  Ik snotterde me een ongeluk, maar het gaf me ook inzichten.  Over wat genoeg is en wat niet.
De verfilming van dit boek is voor heel binnenkort, maar mocht je tot de gelukzakken behoren die het nog niet hebben gelezen : haast je dan eerst naar de boekhandel :)!

EEN LEVEN NA JOU

Einde deze week komt het vervolg op ‘Voor jou’ uit.  Je kon het al vermoeden: ik lees in het Engels en heb weinig geduld ;), dus ik heb het al uit, maar heb er wat gemengde gevoelens bij.
Louisa is nog steeds haar aimabele zelve in dit boek, maar het is en blijft een feit : verdriet is saai.  En pijnlijk.  En soms compleet irrationeel.  Als een steentje in je schoen.  Je loopt er voor de rest van je leven mee rond en hoewel je er aan gewend raakt en het met de tijd wat naar een minder fragiel plekje kan wriemelen, prikt en steekt het je vaak op momenten dat je het niet verwacht.  En het vergaat Louisa net zo.  Dat maakt haar verhaal ook waarheidsgetrouw qua gevoel, maar voor een goed boek heb je natuurlijk actie nodig en daar wringt het me een beetje tegen.  Hoewel alles zou kunnen, vond ik de gebeurtenissen in dit boek soms wat met de haren getrokken en ergerde ik me blauw aan Lilly, iemand uit Will’s verleden die Louisa’s leven op zijn kop komt zetten.   Het is een mooi verhaal en het is prachtig geschreven, maar het mist de magie van Will en Louisa samen… wat natuurlijk helemaal ‘to-the-point’ is, maar wel spijtig voor de hongerige lezer.

VIER PLUS EEN

Dit boek verscheen tussen de twee bovenstaande in en ook hierin wordt een stevig taboe aangekaart, namelijk wat armoede aanricht in een eenoudergezin.  Het grootste deel van dit boek speelt zich af binnen in een auto en het wordt afwisselend verteld door de vier mensen in die erin zitten.  Hoewel je aanvankelijk liefst zo ver mogelijk van die wagen wil blijven als je leest hoe de hondenkwijl de lederen zetels besmeurt en het gigantische hondenbeest ook nog eens onwelriekende luchtjes begint te verspreiden, raak je gefascineerd door de dynamiek tussen Jess – de mama -, Nicky – de stiefzoon die wordt gepest -, Tanzie – de dochter die een wiskundewonder blijkt te zijn – en Ed – de eigenaar van de auto die door omstandigheden de vreemde tocht met dit gezelschap heeft aangevat.
Let op, ook dit is een snotterboek.  Ik – notoir kattenliefhebster 🙂 – kreeg het zo lastig bij het lezen van de scene over de hond – yep, de kwijlende schetenlater – terwijl ik bij de kapper zat, dat er me behoedzaam werd gevraagd of ik wel ‘content was met het kleurtje op mijn haren’ :).  Zoek jezelf dus een gezellig leesplekje ver weg van de wereld, voeg er een doos kleenex aan toe en geniet :)!