Dromenvanger – DIY

CALs (CrochetALong), MALs (MakeALong), KALs (KnitALong)… ik vind het heerlijk om er aan deel te nemen.  Net als tijdens een workshop, maak je niet enkel zelf mooie dingen, maar je krijgt meteen een blik op allerlei creatieve variaties die de andere dames er van maken.  Zalig 🙂 !

Maar de Spirit CAL van LillaBjörn was me wel een uitdaging!  Een zeer leerrijke gehaakte stola, maar daardoor is hij nog niet helemaal klaar geraakt.  Als bonus maakte Tatsiana van LillaBjörn er een mandala bij (het gratis patroon vind je hier).  Zoonlief en ik waren op slag verliefd en toverden hem om tot deze dreamcatcher.  Het bolletjes katoen die ik gebruikte is deze en de parels, pluimen en ring haalde ik bij de Banier. Fijn om haken en heel wat makkelijker dan de stola (oef 🙂 ) en de linten nam zoonlief vlotjes voor zijn rekening!

Bye bye nachtmerries 🙂 !

Feestelijke bernadette en hoe patronen aanpassen

Deze bernadette is een ‘remake‘ van Sophie’s bernadette die ik vorige herfst ontwierp, maar in deze periode van lichtjes en glans… met een gouden randje 🙂 .  Ik gebruikte een ander garen en had een licht afwijkend proeflapje, dus moest ik het vest herberekenen.  En omdat net dit zowat de meest gestelde vraag op mijn blog is, vind je een kleine handleiding (bij Tips) voor het aanpassen van mijn patronen aan jouw garen.

one size – de afmetingen vind je hier

NODIG

AAN DE SLAG

Proeflapje

  • 9 steken x 12 rijen met naalden nr. 11 in Cloud = 10 x 10 cm

Rugpand

  • Rol 4 kleine bolletjes van je Luxor bol (‘k weet het – ook niet mijn favoriete bezigheid 😉 ).  Zet met 4 draden Luxor 56 steken op met naalden nr. 8 en brei 2 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts).
  • Schakel over op 1 draad Cloud en brei nog 4 extra rijen boordsteek met naalden nr. 8.
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 11 36 naalden jersey (de boord tel je dus nooit mee wanneer je de rijen telt!).
  • Rij 37 en 39 : minder aan beide zijden 2 x 2 steken (voor de mouwinzet – telkens de derde en de vierde steek en de vijfde en de zesde steek samen nemen – zie tips).  Je hebt nu 48 steken over.
  • Brei jersey tot en met rij 64.
  • Rij 65 : kant 7 steken af – brei 11 steken rechts – kant 12 steken af – brei 18 steken rechts
  • Rij 66 : kant 7 steken af – brei 11 steken averechts.  De overige 11 steken laat je op je naald staan.
  • Rij 67 : brei de 11 steken die nu op je andere naald staan rechts.
  • Rij 68 : kant de eerste 11 steken af.  Zet de draad opnieuw aan en brei de steken 1 rij averechts en 1 rij rechts.  Kant ze vervolgens allemaal af.

Rechter voorpand

  • Zet 32 steken op met naalden nr. 8 en brei 2 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts) met 4 draden Luxor en brei nog 4 rijen boordstreek met 1 draad Cloud met naalden nr. 8.
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 11 in jersey met minderingen aan de rechter zijde voor de mouwinzet en aan de linker zijde voor de halsafschuining. Niet panikeren :), ik zet er telkens wel bij aan welke kant wat moet gebeuren.  Voor de minderingen aan de halskant kan je best stekenmarkeerders gebruiken (of een paperclipje of een draadje in een andere kleur), zodat je makkelijker kan natellen.
  • Rijen 11 – 21 – 31 : aan de linker zijde 3 x 1 steek minderen voor de hals (telkens de tweede en de derde steek samen nemen).
  • Rijen 37 – 39 : minder aan de rechter zijde 2 x 2 steken voor de mouwinzet (zoals bij het achterpand).
  • Rijen 41 – 51 : aan de linker zijde 2 x 1 steek minderen voor de hals.
  • Rij 65 : 5 steken afkanten – 18 steken rechts
  • Rij 66 :7 steken afkanten – 11 steken averechts
  • Rij 67 : rechts
  • Rij 68 : alle 11 steken afkanten

Linker voorpand

  • Zet 32 steken op met naalden nr. 8 en brei 2 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts) met 4 draden Luxor en brei nog 4 rijen boordstreek met 1 draad Cloud met naalden nr. 8.
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 11 in jersey met minderingen aan de linker zijde voor de mouwinzet en aan de rechter zijde voor de halsafschuining.
  • Rijen 11 – 21 – 31 : aan de rechter zijde 3 x 1 steek minderen voor de hals (telkens de tweede en de derde steek samen nemen).
  • Rijen 37 – 39 : minder aan de linker zijde 2 x 2 steken voor de mouwinzet (zoals bij het achterpand).
  • rij 41 – 51 : aan de rechter zijde 2 x 1 steek minderen voor de hals.
  • rij 65 : 7 steken afkanten – 18 steken rechts
  • rij 66 : 5 steken afkanten – 11 steken averechts
  • Rij 67 : rechts
  • Rij 68 : alle 11 steken afkanten

Mouwen

  • Zet 28 steken op met naalden nr. 8 en brei 2 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts) met 4 draden Luxor en brei nog 4 rijen boordstreek met 1 draad Cloud met naalden nr. 8.
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 11 in jersey.  Meerder aan beide zijden 1 steek in rijen 11 en 21 met een gedraaide meerderen. (zie tips)
  • Vanaf rij 33 8×1 steek minderen aan elke zijde van de mouw (telkens in de derde steek – zie tips).
  • Rij 49 : kant de resterende 16 steken losjes af.


Afwerking

  • Naai de schoudernaden in elkaar (alle naden in matrassteek!) tot aan de steken die de kraagopening van het voorpand vormen.  Van zodra je de vest draagt, zullen de afgeschuinde voorpanden uit zichzelf omkrullen zoals bij de gewone Bernadette, maar het zwaartepunt ligt met deze kraag en mouwinzet meer vooraan, zodat de vest niet van je schouders zal glijden.
  • Naai de mouwen in de mouwsgaten.  De schuine zijde van de mouw kan iets verder komen dan de eerste mindering in de voor- en achterpanden!
  • Naai voor- en achterpand en mouwen aan elkaar.
  • Werk de ronding van de hals af door met 4 draden Luxor een halve vaste in elke steek te haken met haaknaald nr. 8.
  • Stop alle draadjes in.

TIPS

  • Hoe een patroon aanpassen aan mijn garen?  
    • Je basis is de regel van 3 : bvb. mijn proeflapje is 9 steken x 12 rijen en het jouwe is  11 steken op 16 rijen.  Dan reken je het aantal steken om voor bvb. het aantal steken van het achterpand : 56 steken wordt dan (56/9)x11 = 68 steken die jij met jouw garen moet gaan opzetten.  Ook het aantal rijen moet je dan op die manier herberekenen : minderen voor de mouwinzet in rij 37 wordt dus (37/12)x16 = rij 49 met jouw garen.  Er bestaat ook een soort ‘latje’ van Prym om je steken om te rekenen.
    • Hoe zit het dan met meerderen en minderen?  Hier ga je wat ‘gezond verstand’ moeten inzetten 😉 .  In het voorbeeld verschilt je proeflapje 2 steken per 10 cm, dus je breit per rij 12 steken meer.  Dat wil zeggen dat 1 mindering voor ‘minder’ steken telt qua centimeters.  Dan kan je dus best nog een mindering meer voorzien voor de mouwinzet, bvb. 2×2 en 1×1 mindering.  Voor de minderingen aan de mouwen ga je best ook een extra meerdering doen (1×1 st extra aan elke kant) en de (8×1 steek aan elke zijde) mindering herberekenen : (16/9)x11 = 20 steken minderen = 10×1 steek minderen aan elke zijde met jouw garen.  Het makkelijkste vind ik persoonlijk om een tekening te maken van het stuk dat je gaat breien.  Je schrijft er eerst de aantallen steken, rijen, meerderingen en minderingen bij op de plaatsen waar ze in mijn patroon staan en dan ga je herbereken met de regel van 3.  Zo zal je de beste benadering van het bestaande patroon krijgen.
    • Welke garens wel, welke niet?  Een bernadette heeft een dikker en ‘fluffy’ garen nodig om zijn vorm te behouden.  Ideaal voor dit type van vest zijn garens als mohair en alpaca omdat ze erg licht zijn qua gewicht.  Gebruik je gewone wol of katoen dan gaat je vest zwaar zijn en uitzakken door zijn eigen gewicht, wat natuurlijk zonde is van je noeste arbeid!  Bedenkt dus bij elk patroon wat de beste wolkeuze is.
  • Meerderen? Dit kan je bijna onzichtbaar doen via het ophalen en draaien van een tussendraad.  Doe dit aan de goede kant van het werk door telkens het draadje tussen de tweede en de derde steek op je rechter naald te zetten en gedraaid op je linker naald over te nemen en vervolgens als een steek te breien.
  • Minderen?  Doe dit ook aan de goede kant van het werk.
    • aan de rechter zijde neem je steek 3 over op je naald zonder te breien.  Steek 4 brei je wel en dan haal je steek 3 over steek 4.
    • aan de linker zijde brei je tot de laatste 4 steken.  Daarvan brei je de twee eerste samen als 1 steek rechts en de 2 volgende gewoon rechts.
  • Bernadette heeft een badje nodig?  Kwartiertje weken in een lauw sopje met Eucalan (niet uitspoelen).  Voorzichtig uitknijpen en uitspreiden op een handdoek.  Handdoek oprollen en het meeste vocht uit de vest drukken.  Vest in model brengen en vlak drogen op een droogrek (best met een handdoek onder het breiwerk zodat er geen ‘ribbeltjes’ in je vest drukken).
  • Vragen? bea@koekjesenboekjes.be.
 Veel succes!

Haak je eigen handwerktas

Haak eens een breitas 🙂 . Een leuk en snel projectje om te maken.  En een mooi cadeautje om te geven of te krijgen!

NODIG

  • wol of katoen voor naalden nr. 9/10 met een looplengte van +/- 210 m.  De wolrest die ik gebruikte is helaas niet meer verkrijgbaar.
  • haaknaald nr. 10
  • lint voor de hengsels.  Ik gebruikte namaak leder (Nostrex).
  • een knoop of broche als versiering

PROEFLAPJE

  • 9 vasten x 10 rijen = 10 x 10 cm

Let op : het is de bedoeling dat je een vrij ‘stug’  haakwerk krijgt zodat de tas mooi haar vorm houdt, dus gebruik – indien nodig – een dunnere naald of een dubbele draad zodat je een vast haakwerk krijgt.

AAN DE SLAG

  • Zet 30 lossen + 1 keerlosse op.
  • Rij 1 : haak 2 vasten in de eerste losse na de keerlosse – haak 28 vasten – haak 3 vasten in de laatste losse – haak 28 vasten – haak nog 1 vaste in de laatste losse – sluit met 1 met een halve vaste.
  • Rij 2 : haak op de 3 vasten aan de uiteinden telkens 2 vasten in 1 steek (zie tekening) en verder de 28 vasten aan elke kant. Keerlossen en halve vasten om te sluiten tellen niet mee als vaste.
  • Rij 3 : haak op de bovenste 4 vasten van de uiteinden telkens 2 vasten in 1 steek en verder enkel vasten.
  • Rij 4 : haak op de bovenste 8 vasten van de uiteinden telkens 2 vasten in 1 steek en verder enkel vasten.
  • Na rij 4 kan je best gewoon blijven verder haken zonder halve vaste om te sluiten en de bijbehorende keerlosse.  Zo krijg je het meest egale resultaat.  Hoe weet je dan wat het midden van je uiteinden is?  Plooi je werk dubbel zodat de lossen onderaan een mooie lijn vormen en rijg door de zijkanten een gekleurde draad.  Hang een stekenmarkeerder/paperclip/draadje aan de kant waar je de laatste sluiting met een halve vaste hebt gemaakt in rij 4, zo weet je wanneer je een volledige rij gehaakt hebt in de komende rijen.
  • Rijen 5-10 : een vaste in elke steek haken.
  • Rijen 11-18 : aan de zijkanten (dus waar je gekleurde draad zit) telkens 1 vaste per rij minderen.  Wanneer je terug aan de kant van je stekenmarkeerder/paperclip/draadje bent, sluit je de rij met een halve vaste en doe je nog een halve vaste in de volgende steek.
  • Rij 19 : dit is het begin van de flap.  Na de laatste halve vaste 1 losse haken en in dezelfde steek 1 vaste en verder vasten tot 1 steek voor het einde van de halve toer (dus 1 steek voor je gekleurde draad).  Vanaf deze rij wordt het werk dus gekeerd en wordt er niet meer in het rond gehaakt.
  • Rij 20-32 : 1 keerlosse en 1 geminderde vaste in de 2 eerste steken en in de 2 laatste.  Verder enkel vasten.  Knip na rij 32 je garen af.
  • Afwerkingsrij :  haak een rij vasten rondom de flap te starten vanaf de zijkant van de tas.  Wil je de tas graag kunnen sluiten, dan kan je in het midden van deze rij enkele lossen haken waar je knoop doorheen kan.

Afwerking

  • Stop de draadjes in.
  • Prop je tas vol krantenpapier of wol zodat je duidelijk zicht hebt op de dimensies ervan.
  • Plaats de broche op de flap of naai de knoop op de tas waar de flap er aansluiting mee vindt.
  • Knip de linten op maat en naai ze in het midden van de onderkant, op de achterzijde boven aan de tas en aan de voorzijde net onder de flap met kleine steekjes vast (je gebruikt hiervoor best een gesplitste draad van je garen).
  • Wil je dat je tas minder ‘doorzakt’, dan kan je de tas (diagonaal) op een oude placemat of een stuk karton plaatsen.  Teken met een potlood de omtrek op de placemat of het karton en knip deze vorm +/- 1 cm kleiner aan alle zijden uit.  Leg dit als bodem in je tas.

Klaar!

 

Laat je rakker zijn eigen sjaal ontwerpen – DIY

Wat gebeurt er als mama een sjaal voor zichzelf breit?  Jep, dan krijgt ze klachten van zoonlief dat ze ‘noooooooit’ eens iets voor hem breit.  Klinkt bekend 😉 ?  Daarom mocht hij zelf deze bijpassende sjaal bij zijn warme wintercardigan ontwerpen.  Net zoals hij dat ook deed voor zijn Duiveltjessjaal.

NODIG

  • geruit papier
  • kleurstiften of kleurpotloden in de kleuren van de wol
  • schaar en plakband
  • 2 of 3 bollen Drops Air in de gewenste kleuren
  • breinaalden nr. 5

AFMETINGEN

  • 16 x 130 cm

AAN DE SLAG

  • Plak enkele bladen geruit papier aan elkaar en knip ze tot 16 x 130 cm.
  • Laat je creatief directeur naar hartelust horizontale (!) stroken kleuren.  En denk er aan : hoe breder de stroken, hoe minder draadjes je moet instoppen 😉 !
  • Zet losjes 25 steken op (eventueel met een iets dikkere breinaald) en brei 4 rijen gerstekorrel.
  • Brei vervolgens in de heengaande naalden 4 steken gerstekorrel, 17 steken rechts, 4 steken gerstekorrel en in de teruggaande naalden 4 steken gerstekorrel, 17 steken averechts, 4 steken gerstekorrel en meet de stroken af volgens het kleurpatroon van je kleine rakker (ik legde het er gewoon telkens bovenop).
  • Wanneer je bijna aan het einde van het ontwerp bent, brei je de 4 laatste rijen weer volledig gerstekorrel. Kant losjes af.
  • Afwerking : week de sjaal een uurtje in koud water met een scheut Eucalan.  Knijp voorzichtig uit en span op.  Geen geduld? Eventueel kan je de sjaal ook licht bevochtigen (plantenspuit met koud water waaraan een klein beetje Eucalan is toegevoegd) en aan de achterzijde voorzichtig persen met een strijkijzer op wolstand.

PS : de cardigan breide ik met Drops Air naar een patroon uit deze Phildar catalogus.

Eenvoudige gepimpte sjaal – DIY

Op zoek naar een eenvoudig patroon voor een superzachte warme sjaal met net dat beetje extra?  Dan is die er eentje waar je helemaal dol op zal zijn!

NODIG

  • 5 bolletjes DROPS Alpaca Bouclé 
  • breinaalden nr. 5 (warm aanbevolen zijn de ergonomische breinaalden van Prym.  Door het bolletje vooraan op de naald, blijven je naalden niet haken in de lusjes en kan je toch snel breien met dit garen)
  • 2 patches (Veritas)

AFMETINGEN

ongeveer 30 x 265 cm – dit is een sjaal die je dubbel om je hals slaat en dan knoopt, dus het kan ook met een bolletje breiwol minder als je hem maar één maal om je hals slaat.

AAN DE SLAG

  • Zet losjes en met dubbele draad 53 steken op (bij voorkeur met een gebreide opzet). Ga verder met 1 draad.
  • Brei al je bolletjes op met rechtse steek (jep, dat is meer dan één serietje Netflix 😉 ) en kant losjes af.
  • Ik gebruikte 2 dezelfde patches waarbij ik uit eentje een detail knipte.  Deze patches hebben een sticker-zijde waardoor ze makkelijk op de diagonale hoeken te positioneren zijn.  Strijk ze echter niet vast, maar naai ze erop met kleine steekjes en steek zoveel mogelijk horizontaal door je breiwerk zodat er aan de achterzijde niets zichtbaar is.

PS : dit patroon is geïnspireerd op een gezellige (en lekkere 🙂 ! ) workshop bij Josefien.

Veel breiplezier!

Nintendo monster – gratis haakpatroon

Terechtkomen in de buik van een monster… het lijkt eng, maar het is best wel heel erg zacht en vooral ‘botsbestendig’ daar binnen in die monsterbuik.  Dus liet zoonlief zijn Nintendo met smaak verorberen 😉 .

NODIG (voor een Nintendo 2DS)

  • voor het lijfje : 1 bol genre Phildar Partner 6 enkeldraad of Phildar Partner 3,5 met dubbele draad
  • voor de binnenvakjes en versiering : restjes rood en groen genre Phildar Partner 3,5 en een restje wit genre Phildar Pilou Plus
  • haaknaalden nr. 6 en 3,5
  • wat vulsel voor de ogen
  • 2 knopen voor de ogen
  • 1 dikke parel of knoop voor de neus (= sluiting)
  • klein beetje kussenvulling of watten

AAN DE SLAG

Het lijfje

  • Haak met naald nr. 6 en 1 draad Partner 6 of 2 draden Partner 3,5  21 lossen + 1 keerlosse en haak vervolgens 46 rijen vasten.
  • Haak in de volgende 10 rijen 5 x 2 vasten samen aan het begin en einde van een rij zodat je de flap krijgt.  Let op : in de voorlaatste rij haak je een losse in plaats van de middelste vaste en sla je die steek over. Zo krijg je het knoopsgat voor de neus.

De binnentasjes voor de spelletjes

  • Haak met naald nr. 3,5 en 1 draad Partner 3,5  24 lossen + 2 keerlossen en haak vervolgens 1 rij stokjes.
  • Haak hier meteen aan vast weer 24 lossen + 2 keerlossen en 4 rijen stokjes.
  • En hier haak je nogmaals 24 lossen + 2 keerlossen aan vast en 3 rijen stokjes.
  • Leg de panden (onderaan het pand van de 3 rijen) in een rechthoek op de binnenzijde van het lijfje startende vanaf rij 25 vanaf de onderzijde van het lijfje (rechte kant) geteld en naai rondom vast.  Naai vervolgens met stiksteek de vakjes er in zoals op de foto.  Dit doe je best in de kleur van het lijfje zodat het aan de achterzijde niet erg opvalt en eventueel met een gesplitste draad.

Plooi nu het lijfje toe door de voorzijde van 22 rijen op de rugzijde te leggen.  De flap bestaat dus uit 4 volledige rijen en 10 rijen met minderingen. Haak rondom de zijkanten en de flap een rij vasten.  Stop de draadjes in.

De versieringen

Dit is eigenlijk puur freestyle haken, dus laat je volledig gaan 🙂 ! Hieronder vind je wat tips.

  • De neus :
    • Belangrijk dat je deze er al eerste op naait, want deze moet precies onder het knoopsgat in de flap zitten! Stop je Nintendo er dus in en plooi de flap toe.  Zo weet je precies waar de neus moet komen. Ik gebruikte een houten kraal, maar je kan ook net zo goed een knoop nemen.  Check wel vooraf of hij door het knoopsgat kan!
  • De ogen :
    • een rond oog haak je als volgt met Pilou en naald nr. 3,5 : 3 lossen haken en sluiten met een halve vaste – in deze ring 1 losse en 5 vasten haken en sluiten met een halve vaste – hier omheen 1 losse en om en om 2 vasten in 1 steek en 1 vaste in 1 steek haken en sluiten met een halve vaste – hier omheen haak je nog 1 losse en een vaste in elke steek.  Sluit met een halve vaste.  Dit oog kan je dan wat opvullen om het boller te maken en vastnaaien op de flap (zie ook tip!).
    • een ‘raar’ oog haak je net zoals het ronde oog, maar hier en daar gebruik je stokjes of dubbele stokjes ipv vasten.  De Pilou draad is rekbaar en hierdoor kan je je werk wat ‘modelleren’ (zie ook bij de tanden van Harry de Harige Haai).
    • TIP : de knoop voor de pupil naai je er makkelijker op vast voor je het oog opvult en op de flap vastmaakt.
  • De horens :
    • Deze maak je zoals de tanden van Harry de Harige Haai en vul je op met wat kussenvulling voor je ze bovenaan op de flap naait.
  • De mond :
    • Haak op het lijfje onder de flap een grillige lijn in Partner 3,5 in halve vasten.  Je start met de draad aan de binnenzijde van het monster, haalt een lus door je werk en steekt de naald weer in het werk om de draad weer op te halen, waardoor er een ketting bovenop je werk komt te liggen.
    • De tanden maak je in Pilou door te starten met 1 losse + 1 keerlosse – haak 2 vasten + 1 keerlosse – haak in elke vaste 2 vasten.  Modelleer ze wat en naai ze vast.
  • Het ‘ploesjke’ haar :
    • Maak een kwastje (een tutorial vind je hier), pluis de draadjes uit en ‘trim’ ze vervolgens wat.  Naai het ‘ploesjke’ stevig vast tussen de horens.

Veel speel- en haakplezier!

Zeemeerminstaart voor grote meisjes – gratis haakpatroon

In navolging van mijn breipatronen voor kids van Harry de harige haai en Zoë de zachte zeemeermin, maakte ik dit eenvoudige patroon voor een gehaakte zeemeermin staart voor de ‘iets grotere’ 😉 meisjes.

AFMETINGEN

  • De staartvin is zo’n 45 cm lang, het lijf zo’n 145 cm.
  • Bovenaan is het lijf ongeveer 55 cm breed, maar de rug van de zeemeermin blijft voor een groot deel open waardoor je ‘taille omvang’ hiervoor absoluut geen rol speelt 😉 .

NODIG

  • 14 bollen Phil Looping (glacon)
  • 1 haaknaald nr. 12 – de zeemeermin wordt volledig met dubbele draad gehaakt!

PROEFLAPJE

  • 6 stokjes x 4 rijen = 10 x 11 cm

AAN DE SLAG

Je start vanuit de middennaad van de staart en die wordt helemaal gehaakt in vasten.

  • Zet 10 lossen op + 1 keerlosse.
  • Haak 9 vasten – 3 vasten in de laatste losse om te keren – 9 vasten aan de andere zijde van de ketting lossen.  Keer vanaf nu telkens met 1 losse, deze wordt niet meegerekend als steek.
  • Haak 2 vasten in de eerste steek – 8 vasten – 2 vasten in de volgende steek – 1 vast – 2 vasten in de volgende steek – 8 vasten – 2 vasten in de laatste steek + 1 keerlosse.  Het opzet is dat je volgens die principe steeds verder haakt, dwz. steeds 2 vasten in de eerste en laatste vaste zodat je de uitwaaierende staartvin krijgt EN bovenaan komt er bij elke rij een vaste meer tussen de 2 meerderingen (in de tweede rij 2 vasten in 1 steek – 1 vaste – 2 vasten in 1 steek, in de derde rij 2 – 1 – 1 -2, in de vierde rij 2 – 1 – 1 – 1 – 2, enz.) zodat je de basis voor het lijf krijgt.
  • Blijf volgens dit principe verder haken tot je aan een basis van 18 steken hebt bovenaan.
  • Haak aan beide zijkanten van de staart vervolgens nog 3 rijen vasten bij en begin daarbij onder aan de staart met 2 vasten in de eerste vaste en haak de 2 laatste vasten samen. Keerlosse en 2 vasten samen haken als start van de teruggaande rij en 2 vasten in de laatste steek.  Keerlosse en 2 vasten in de eerste steek.  Haak de laatste 2 vasten samen en knip de draad af.
  • Herhaal dit aan de andere zijde en voila, het ingewikkeldste deel heb je al klaar!

Het lijf wordt volledig in stokjes gehaakt en wordt deels open gelaten achteraan.  Dit zorgt ervoor dat de staart mooi aansluit op je voeten, maar dat je de rest van het lijf als een comfortabel dekentje kan gebruiken in plaats van jezelf erin te moeten wurmen en jezelf niet al te elegant in de zetel te moeten werpen 😉 .

  • Rij 1 : start in de 9de steek van de basis van je staart met 3 lossen (tellen niet mee als steek).  Haak vervolgens je stokjes telkens in 1 lus van de vaste eronder.  Je moet namelijk in het rond beginnen haken.  Haak 8 stokjes – 2 stokjes in de volgende steek – 2 stokjes in de volgende steek – 16 stokjes – 2 stokjes in de volgende steek – 2 stokjes in de volgende steek – 8 stokjes en sluit de kring met een halve vaste in de bovenste losse van de 2 lossen waarmee je begon.  De meerderingen zitten dus aan de zijkanten van het lijf.  Zorg ervoor dat je de meerderingen in de komende rijen ongeveer boven elkaar maakt, zo hoef je niet constant te tellen, maar komen de meerderingen automatisch aan de zij-/achterzijde van je dekentje te zitten.  Tot rij 14 wordt de staart achteraan telkens gestart met 2 lossen en gesloten met een halve vaste.  Dit doe je niet enkel voor je lekkere warme voetjes 🙂 , maar het zorgt ook voor dat je geen overgang zal zien wanneer je het dekentje verder open laat aan de achterzijde.
  • Rij 2 : aan beide zijden 2×2 stokjes meerderen (zoals rij 1)
  • Rij 3 : aan beide zijden 2×2 stokjes meerderen (zoals rij 1)
  • Rij 4 : niet meerderen
  • Rij 5 : aan beide zijden 2×2 stokjes meerderen (zoals rij 1)
  • Rij 6 : niet meerderen
  • Rij 7 : aan beide zijden 2×2 stokjes meerderen (zoals rij 1)
  • Rij 8 : niet meerderen
  • Rij 9 : aan beide zijden 2×2 stokjes meerderen (zoals rij 1)
  • Rij 10 : niet meerderen
  • Rij 11 : aan beide zijden 2×2 stokjes meerderen (zoals rij 1)
  • Rij 12 : niet meerderen
  • Rij 13 : aan beide zijden 2×2 stokjes meerderen (zoals rij 1)
  • Rij 14 : niet meerderen
  • Vanaf hier wordt er niet meer gemeerderd en wordt de achterzijde open gelaten.  Je keert dus telkens met 2 lossen tot je een lijf van ongeveer 140 cm lang hebt (of langer indien je dit wenst! Voor de afwerking heb je ongeveer de dubbele draadlengte nodig van een gewone rij).
  • Schelpenrand : haak 2 lossen en 2 stokjes in de eerste steek – 1 halve vaste in de 4de steek – 5 stokjes in de 7de steek – 1 halve vaste in de 10de steek en ga zo verder tot het einde (= volledige schelp).

Afwerking

  • stop alle draadjes in en… transformeer jezelf tot zeemeermin 🙂 !

HARTENKUSSEN

Dit kussen maakte ik omdat ik nog een 2-tal bollen wol over had en omdat de gemiddelde zeemeermin nu eenmaal tuk is op wat extra luxe en comfort natuurlijk 😉 .  Het patroon is van Drops en je vindt het hier.  In het begin vond ik het maar een beetje raar haken en begon het wat te lijken op een boho-bikini (al was de cup-size wel wat ‘wishful thinking’ 🙂 ), maar het was uiteindelijk heel leuk om te doen. 

 

Wilco’s weerwolvensjaal en armband – DIY

Als je denkt dat De Nachtwacht slechts ‘TV’ is, dan heb je het mis!  Elke speeltijd wordt er namelijk een nieuw avontuur beleefd :).  Onze kleine kornuit transformeert dan tot weerwolf, de enige echte stoere Wilco, naast zijn maat de vampier en een bevallig elfje.  En deze attributen komen daarbij natuurlijk goed van pas!

weerwolvensjaal_en_armband

SJAAL

voor weerwolven van 5 tot 10 jaar – de sjaal is 70 cm lang (in het rond) en 14 cm breed (dubbelgeplooid).

NODIG

  • 1 bol Royal garen van Zeeman
  • breinaalden nr. 4,5 of rondbreinaald van 40 cm nr. 4,5 (gevorderden)
  • haaknaald nr. 5 (gevorderden)
  • 1 wolrestje in een andere kleur van ongeveer dezelfde dikte (gevorderden)
  • 1 stekenmarkeerder (gevorderden)
  • label = restje van namaakleder van de armband en goudstift

AAN DE SLAG

De sjaal kan je op 2 manieren breien:

  • Voor BEGINNERS raad ik aan om met naalden nr. 4,5 45 steken op te zetten en rechts te breien tot je garen bijna op is (hou nog net genoeg over om af te kanten en je werk in elkaar te naaien!).  Kant dan alle steken af en naai de zijnaden aan elkaar tot je een ‘buis’ hebt.  Naai vervolgens ook de uiteinden aan elkaar (goede zijde aan de buitenkant!).
  • opzetGEVORDERDEN kunnen zich wagen een soepelere sjaal door deze in het rond te breien.  Let erop dat je hiervoor een rondbreinaald voor sokken (40 cm) gebruikt!
    Zet 45 steken op met een gehaakte opzet (hiervoor gebruik je het wolrestje in de andere kleur).
    Plaats een stekenmarkeerder voor de 1ste steek en brei vervolgens rechts.  Omdat je in het rond breit, brei je afwisselend een rij rechts en een rij averechts om het effect van rechts breiwerk te krijgen.  Omdat je hiervoor de draad respectievelijk naar voor of achte
    r het werk moet brengen, krijg je een dunne lijn in de achterzijde van het werk, maar deze is uiteraard soepeler dan een genaaide naad.
    middenlijnBrei tot je garen bijna op is (je hoeft enkel je naden nog in elkaar te naaien, dus 1,5m garen is voldoende).
    Sluit het werk met kitchener stitch.
  • Knip uit een restje van de armband een label en schrijf er met goudkleurige stift de naam van je weerwolf op.  Naai de 4 hoeken vast aan de binnenzijde (naad) van de sjaal.

 

ARMBAND

NODIG

  • 25 cm namaakleder (Veritas)
  • 1 ‘weerwolventand’ 🙂 (Veritas)
  • 2 drukknopen voor spijkerbroeken of stukje zelfklevende velcro (Veritas)

AAN DE SLAG

  • Sluit het namaakleder rondom de poot van je weerwolf 🙂 en duid aan waar de drukknopen/velcro moet(en) komen.
  • Bevestig de drukknopen/velcro zoals aangegeven op de verpakking.
  • De ‘flap’ die nu nog als rest aan de armband hangt, knip je af ‘in puntige kantelen zoals bij een burcht of kasteel’ 🙂 zodat het net lijkt alsof er 2 gespen aan de armband zijn (zie foto).
  • Naai de ‘weerwolventand’ volgens eigen instructie van de ‘weerwolf’ op de juiste plaats :).

weerwolvensjaal_en_armband2En nu : ad infers 🙂 !

Zoë de zachte zeemeermin – Gratis breipatroon

Lap… het is zover.  Hij heeft een lief!  Niet onze kleinste, maar onze haai 🙂 . Zoë de zeemeermin kroop vorige week uit mijn breitas.  Een eenvoudig patroon in super zachte wol en met hier een daar ‘een blinkske’. Very girly 😉 !zeemeermin

AFMETINGEN

De lengte van de zeemeermin (inclusief schelpenrand, maar zonder staart) is 107 cm, de breedte is 55 cm.  Prima voor zeemeerminnen van 4 tot 10 jaar.

NODIG

AAN DE SLAG

Proeflapje

10 x 10 cm = 10 steken x 14 naalden gebreid in jersey met 1 draad Neige en 1 draad Diamant samen en naalden nr. 10.  Gebruik dikkere of dunnere naalden indien nodig.

Buik

  • Zet met naalden nr. 10 40 steken op met 4 draden Diamant (hierop kan je later makkelijker je sierrand haken) en schakel dan over op 1 draad Neige en 1 draad Diamant en brei in jersey startende met een rechtse naald.
  • Meerder 3×1 steek in elke 8ste rij.
  • Brei verder jersey tot rij 70.
  • Minder vanaf rij 71 als volgt : 5x 1, 2×2 steken en 1×1 steek aan elke kant in elke 6de rij = 26 steken.
  • Brei nog 4 extra rijen zonder minderingen en schakel dan over naar 4 draden Diamant en naalden nr. 8 met 1 rij rechts.
  • Brei 1 naald rib 2/2 startende met 2 steken averechts (dit is de achterkant van het werk).
  • Meerder vervolgens 5x in elke ribbel (met rechtse steken aan de voorzijde van het werk) in de 4de rij en 1x in elke ribbel van de 6de rij.  Dit doe je door telkens aan het begin en het einde van de rechtse ribbel een gedraaide meerdering toe te voegen.  De averechtse ribbels blijven dus tot op het einde van de staart steeds maar 2 steken tellen, enkel de rechtse ribbels ‘waaieren uit’.
  • Je hebt nu 110 steken waarvan je de middelste 3 steken afzet.  Vervolgens brei je de punten van de staart door de steken te breien zoals ze zich voordoen, maar in elke naald aan de binnenzijde 3 steken af te zetten en aan de buitenzijde 2 steken samen te breien (=1 steek te minderen) tot je geen steken meer over hebt.
  • Herhaal in spiegelbeeld voor de andere zijde van de staart.

Rug

  • Zet met naalden nr. 10 2 x 20 steken op met 4 draden Diamant en schakel dan over naar 1 draad Diamant en 1 draad Neige.
  • Meerder aan de buitenzijde van beide panden 3×1 steek in elke 8ste rij.
  • Brei verder jersey tot rij 50 en brei vanaf dan de 2 panden samen tot rij 70.
  • Minder vanaf rij 71 als volgt : 5x 1, 2×2 steken en 1×1 steek aan elke kant in elke 6de rij = 26 steken.
  • Brei nog 3 extra rijen zonder minderingen en kant alle steken af.

Zeester en nautilus schelp

  • Het patroon van de zeester en de nautilus schelp vond ik hier.
  • Haak ze met 4 draden Diamant en haaknaald nr. 8.
  • Ter afwerking haakte ik een halve vaste om de punten van de zeester en de draaiingen in de schelp in de verf te zetten.

Afwerking

  • Naai de zijkant van de panden aan elkaar en sluit de naad met de staartvin.
  • Stop alle draadjes in.
  • Plooi de onderrand van de staart om en zet met kleine
    naadsteekjes vast zodat je de ‘kartels’ van de afgezette steken niet meer ziet aan de voorzijde.
  • Haak de schelpenrand bovenaan met 3 draden Diamant en haaknaald nr. 6.  Start met 3 stokjes,*1 vaste in de tweede lus van je opzet, 6 stokjes* en herhaal * *.  Eindig met 3 stokjes.
  • Naai de zeester en schelp op de buik van de zeemeermin en laat eventueel een klein stukje open zodat het een zakje vormt voor ‘geheimpjes’ of zakdoekjes van snif-snif-snotterende meerminnen… Die onmogelijke liefdeshistories toch hé ;).

En hups, de zeemeermin in klaar om de Schelde over te zwemmen, naar een lieve kleine prinses 🙂 .

Waarom deze wol?  Omdat Neige echt super-mega-fantastisch zacht is en het Diamant garen er wat extra dikte en glans aan geeft zodat het een echt winters dekentje is. Bovendien zorgt het harige effect van de Neige ervoor dat je de steken en dus ook de meer- en minderingen niet ziet en je een mooi egaal ‘zeemeerinnenvelletje’ krijgt met een tikje glans.  En deze wolcombinatie is ook zeer vergevend: foutjes zie je niet.  Maar je rijen dus ook niet… een stekenmarkeerder is dus best handig.

 

 

 

Felines kinderbernadette

FeFeest is een geweldig initiatief, maar helaas was de aanleiding helemaal niet geweldig…  Ik duim dat Feline dat lelijke kankermonster voorgoed mag overwinnen en in dit kleine Bernadetje wat warmte en knusheid mag vinden.  Zelf maken voor je (klein-)dochter?  Hieronder vind je het patroon.

maten 2 – 4 – 6 – 8 – 10 jaar

NODIG

  • 3 – 3 – 4 – 5 – 6 bollen Phil Light (kleur chardon) met 3 draden samen gebreid
  • breinaalden nr. 5 en 10 en een haaknaald nr. 7
  • stekenmarkeerders (of paperclips of draadjes in andere kleur) en stopnaald
  • TIP : Wil jij ander garen gebruiken voor je vest?  In deze post lees je hoe je het patroon herberekent.

AAN DE SLAG

Proeflapje

  • 11 steken x 14 rijen met naalden nr. 10 en 3 draden = 10 x 10 cm

maattekening_feline_nieuw

Rugpand

  • Zet (met 3 draden) 40-44-48-52-56  steken op met naalden nr. 5 (zet vast op! Zo bekom je de mooie ‘bolling’ van de vest) en brei 3 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts).
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 10 32-34-40-42-46 naalden jersey (de boord tel je dus nooit mee wanneer je de rijen telt! En je begint steeds met een rechtse rij aan de panden te breien.).
  • Rij 33-35-37-43-47 en 35-37-39-45-49 : minder aan beide zijden 2 x 2 steken (voor de mouwinzet – telkens de derde en de vierde steek en de vijfde en de zesde steek samen nemen – zie tips).  Je hebt nu 32-36-40-44-48 steken over.
  • Brei jersey tot en met rij 44-50-56-62-66.
  • Rij 45-51-57-63-67 : kant 6 steken af – brei 6-7-8-9-10 steken rechts – kant 8-10-12-14-16 steken af – brei 12-13-14-15-16 steken rechts
  • Rij 46-52-58-64-68 : kant 6 steken af – brei 6-7-8-9-10 steken averechts.  De overige steken laat je op je priem staan.
  • Rij 47-53-59-65-69 : brei de 6-7-8-9-10 steken die nu op je andere priem staan rechts.
  • Rij 48-54-60-66-70 : kant de eerste 6-7-8-9-10 steken af.  Zet de draad opnieuw aan en brei de steken 1 rij averechts en 1 rij rechts.  Kant ze vervolgens allemaal af.

Rechter voorpand

  • Zet 22-24-26-28-30 steken op met naalden nr. 5 (ook strak opzetten!) en brei 3 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts).
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 10 in jersey met minderingen aan de rechter zijde voor de mouwinzet en aan de linker zijde voor de halsafschuining.  Deze minderingen gebeuren voor alle maten in dezelfde rijen, uitgezonderd voor maten 6-8-10 jaar, dan is er nog een bijkomende mindering in rij 51 en voor 10 jaar nog een bijkomende mindering in rij 61. Niet panikeren 🙂 , ik zet er telkens wel bij aan welke kant wat moet gebeuren.  Voor de minderingen aan de halskant kan je best stekenmarkeerders gebruiken (of een paperclipje of een draadje in een andere kleur), zodat je makkelijker kan natellen.
  • Rijen 11 / 21 / 31 : telkens aan de linker zijde 1 x 1 steek minderen voor de hals (telkens de tweede en de derde steek samen nemen).
  • Rij 33-35-37-43-47 en 35-37-39-45-49 : minder aan de rechter zijde 2 x 2 steken voor de mouwinzet (zoals bij het achterpand).
  • Rij 41 : aan de linker zijde 1 x 1 steek minderen voor de hals.
  • Rij 51 (enkel voor maten 6-8-10 jaar!) : aan de linker zijde 1 x 1 steek minderen voor de hals.
  • Rij 61 (enkel voor maat 10 jaar!) : aan de linker zijde 1 x 1 steek minderen voor de hals.
  • Rij 45-51-57-63-67 : 3 steken afkanten – 11-13-15-17-18 steken rechts
  • Rij 46-52-58-64-68 : 6 steken afkanten – 5-7-9-11-12 steken averechts
  • Rij 47-53-59-65-69 : rechts
  • Rij 48-54-60-66-70 : alle resterende steken afkanten

Linker voorpand

  • Zet 22-24-26-28-30 steken op met naalden nr. 5 (ook strak opzetten!) en brei 3 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts).
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 10 in jersey met minderingen aan de linker zijde voor de mouwinzet en aan de rechter zijde voor de halsafschuining.  Deze minderingen gebeuren voor alle maten in dezelfde rijen, uitgezonderd voor maat 6 jaar, dan is er nog een bijkomende mindering in rij 51.
  • Rijen 11 / 21 / 31 : telkens aan de rechter zijde 1 x 1 steek minderen voor de hals (telkens de tweede en de derde steek samen nemen).
  • Rij 33-35-37-43-47 en 35-37-39-45-49 : minder aan de linker zijde 2 x 2 steken voor de mouwinzet (zoals bij het achterpand).
  • Rij 41 : aan de rechter zijde 1 x 1 steek minderen voor de hals.
  • Rij 51 (enkel voor maten 6-8-10 jaar!) : aan de rechter zijde 1 x 1 steek minderen voor de hals.
  • Rij 61 (enkel voor maat 10 jaar!) : aan de rechter zijde 1 x 1 steek minderen voor de hals.
  • Rij 45-51-57-63-67 : 6 steken afkanten – 8-10-12-14-15 steken rechts.
  • Rij 46-52-58-64-68 : 3 steken afkanten – 5-7-9-11-12 steken averechts
  • Rij 47-53-59 : rechts
  • Rij 48-54-60 : alle resterende steken afkanten

Mouwen

  • Zet 24-28-32-36-36 steken op met naalden nr. 5 (ook strak opzetten!) en brei 3 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts).
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 10 in jersey.  Meerder aan beide zijden 1 steek in rijen 11 en 21 met een gedraaide meerderen. (zie tips)
  • Vanaf rij 27-31-35-39-41  7-8-8-10-10×1 steek minderen aan elke zijde van de mouw (telkens in de derde steek – zie tips).
  • Rij 42-46-52-60-62 : kant de resterende steken losjes af.


Afwerking

  • Naai de schoudernaden in elkaar (alle naden in matrassteek!) tot aan de steken die de kraagopening van het voorpand vormen.  Van zodra je de vest draagt, zullen de afgeschuinde voorpanden uit zichzelf omkrullen zoals bij de gewone Bernadette, maar het zwaartepunt ligt met deze kraag en mouwinzet meer vooraan, zodat de vest niet van je schouders zal glijden.
  • Naai de mouwen in de mouwsgaten.  De schuine zijde van de mouw kan iets verder komen dan de eerste mindering in de voor- en achterpanden!
  • Naai voor- en achterpand en mouwen aan elkaar.
  • Werk de ronding van de hals af door met 3 draden een halve vaste in elke steek te haken.
  • Stop alle draadjes in.

TIPS

  • Meerderen? Dit kan je bijna onzichtbaar doen via het ophalen en draaien van een tussendraad.  Doe dit aan de goede kant van het werk door telkens het draadje tussen de tweede en de derde steek op je rechter priem te zetten en gedraaid op je linker priem over te nemen en vervolgens als een steek te breien.
  • Minderen?  Doe dit ook aan de goede kant van het werk.
    • aan de rechter zijde neem je steek 3 over op je naald zonder te breien.  Steek 4 brei je wel en dan haal je steek 3 over steek 4.
    • aan de linker zijde brei je tot de laatste 4 steken.  Daarvan brei je de twee eerste samen als 1 steek rechts en de 2 volgende gewoon rechts.
  • Kijk ook eens bij de poppenbernadette voor het stappenplan om je vest in elkaar te naaien.
  • Start de Phil Light bollen met de draad aan de buitenzijde van de bol, want anders zit je lang te ‘prutsen’ met het afwikkelen van het hartje van het kluwen!  Het is handig om de bollen in een grote mand of doos te leggen tijdens het breien, want als je ze op deze manier afwikkelt leiden ze echt wel een eigen leven, wat gegarandeerd interesse wekt bij kids en poezen 😉 .
  • Ondanks de ‘getweekte’ mouwinzet en kraag, blijft dit een prima patroon voor beginnende breisters.
  • Bernadette heeft een badje nodig?  Kwartiertje weken in een lauw sopje met Eucalan (niet uitspoelen).  Voorzichtig uitknijpen en uitspreiden op een handdoek.  Handdoek oprollen en het meeste vocht uit de vest drukken.  Vest in model brengen en vlak drogen op een droogrek (best met een handdoek onder het breiwerk zodat er geen ‘ribbeltjes’ in je vest drukken).
  • Vragen? bea@koekjesenboekjes.be.

Graag jouw duit in het zakje doen voor het Kinderkankerfonds? Je kan nog steeds storten op het rekeningnummer van het kinderkankerfonds met referentie ‘FEFEEST’!

Sophies Bernadette

De posts van deze week worden een drieluik vol zachtheid.  Sophie mag met de oudroze Bernadette de spits afbijten.  Zij was namelijk zo gul om een stevig bedrag te storten ten voordele van FeFeest in ruil voor (onder andere) deze Bernadette.  Met dit eenvoudige patroon kan je zelf aan de slag.  En ook dit model is eentje dat niet van je schouders glijdt.

one size

NODIG

AAN DE SLAG

Proeflapje

  • 9 steken x 11 rijen met naalden nr. 12 en 4 draden = 10 x 10 cm

maattekening

Rugpand

  • Zet (met 4 draden) 56 steken op met naalden nr. 6 (zet vast op! Zo bekom je de mooie ‘bolling’ van de vest) en brei 4 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts).
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 12 34 naalden jersey (de boord tel je dus nooit mee wanneer je de rijen telt!).
  • Rij 35 en 37 : minder aan beide zijden 2 x 2 steken (voor de mouwinzet – telkens de derde en de vierde steek en de vijfde en de zesde steek samen nemen – zie tips).  Je hebt nu 48 steken over.
  • Brei jersey tot en met rij 60.
  • Rij 61 : kant 7 steken af – brei 11 steken rechts – kant 12 steken af – brei 18 steken rechts
  • Rij 62 : kant 7 steken af – brei 11 steken averechts.  De overige 11 steken laat je op je priem staan.
  • Rij 63 : brei de 11 steken die nu op je andere priem staan rechts.
  • Rij 64 : kant de eerste 11 steken af.  Zet de draad opnieuw aan en brei de steken 1 rij averechts en 1 rij rechts.  Kant ze vervolgens allemaal af.

Rechter voorpand

  • Zet 32 steken op met naalden nr. 6 (ook strak opzetten!) en brei 4 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts).
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 12 in jersey met minderingen aan de rechter zijde voor de mouwinzet en aan de linker zijde voor de halsafschuining. Niet panikeren :), ik zet er telkens wel bij aan welke kant wat moet gebeuren.  Voor de minderingen aan de halskant kan je best stekenmarkeerders gebruiken (of een paperclipje of een draadje in een andere kleur), zodat je makkelijker kan natellen.
  • Rijen 11 – 21 – 31 : aan de linker zijde 3 x 1 steek minderen voor de hals (telkens de tweede en de derde steek samen nemen).
  • Rijen 35 – 37 : minder aan de rechter zijde 2 x 2 steken voor de mouwinzet (zoals bij het achterpand).
  • Rijen 41 – 51 : aan de linker zijde 2 x 1 steek minderen voor de hals.
  • Rij 61 : 5 steken afkanten – 18 steken rechts
  • Rij 62 :7 steken afkanten – 11 steken averechts
  • Rij 63 : rechts
  • Rij 64 : alle 11 steken afkanten

Linker voorpand

  • Zet 32 steken op met naalden nr. 6 (ook strak opzetten!) en brei 4 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts).
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 12 in jersey met minderingen aan de linker zijde voor de mouwinzet en aan de rechter zijde voor de halsafschuining.
  • Rijen 11 – 21 – 31 : aan de rechter zijde 3 x 1 steek minderen voor de hals (telkens de tweede en de derde steek samen nemen).
  • Rijen 35 – 37 : minder aan de linker zijde 2 x 2 steken voor de mouwinzet (zoals bij het achterpand).
  • rij 41 – 51 : aan de rechter zijde 2 x 1 steek minderen voor de hals.
  • rij 61 : 7 steken afkanten – 18 steken rechts
  • rij 62 : 5 steken afkanten – 11 steken averechts
  • Rij 63 : rechts
  • Rij 64 : alle 11 steken afkanten

Mouwen

  • Zet 28 steken op met naalden nr. 6 (ook strak opzetten!) en brei 4 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts).
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 12 in jersey.  Meerder aan beide zijden 1 steek in rijen 11 en 21 met een gedraaide meerderen. (zie tips)
  • Vanaf rij 31 8×1 steek minderen aan elke zijde van de mouw (telkens in de derde steek – zie tips).
  • Rij 46 : kant de resterende 16 steken losjes af.


Afwerking

  • Naai de schoudernaden in elkaar (alle naden in matrassteek!) tot aan de steken die de kraagopening van het voorpand vormen.  Van zodra je de vest draagt, zullen de afgeschuinde voorpanden uit zichzelf omkrullen zoals bij de gewone Bernadette, maar het zwaartepunt ligt met deze kraag en mouwinzet meer vooraan, zodat de vest niet van je schouders zal glijden.
  • Naai de mouwen in de mouwsgaten.  De schuine zijde van de mouw kan iets verder komen dan de eerste mindering in de voor- en achterpanden!
  • Naai voor- en achterpand en mouwen aan elkaar.
  • Werk de ronding van de hals af door met 4 draden een halve vaste in elke steek te haken.
  • Stop alle draadjes in.

TIPS

  • Meerderen? Dit kan je bijna onzichtbaar doen via het ophalen en draaien van een tussendraad.  Doe dit aan de goede kant van het werk door telkens het draadje tussen de tweede en de derde steek op je rechter priem te zetten en gedraaid op je linker priem over te nemen en vervolgens als een steek te breien.
  • Minderen?  Doe dit ook aan de goede kant van het werk.
    • aan de rechter zijde neem je steek 3 over op je naald zonder te breien.  Steek 4 brei je wel en dan haal je steek 3 over steek 4.
    • aan de linker zijde brei je tot de laatste 4 steken.  Daarvan brei je de twee eerste samen als 1 steek rechts en de 2 volgende gewoon rechts.
  • Start de Phil Light bollen met de draad aan de buitenzijde van de bol, want anders zit je lang te ‘prutsen’ met het afwikkelen van het hartje van het kluwen!  Het is handig om de bollen in een grote mand of doos te leggen tijdens het breien, want als je ze op deze manier afwikkelt leiden ze echt wel een eigen leven, wat gegarandeerd interesse wekt bij kids en poezen 😉 .
  • Ondanks de ‘getweekte’ mouwinzet en kraag, blijft dit een prima patroon voor beginnende breisters.
  • Bernadette heeft een badje nodig?  Kwartiertje weken in een lauw sopje met Eucalan (niet uitspoelen).  Voorzichtig uitknijpen en uitspreiden op een handdoek.  Handdoek oprollen en het meeste vocht uit de vest drukken.  Vest in model brengen en vlak drogen op een droogrek (best met een handdoek onder het breiwerk zodat er geen ‘ribbeltjes’ in je vest drukken).
  • Vragen? bea@koekjesenboekjes.be.

Graag jouw duit in het zakje doen voor het Kinderkankerfonds? Je kan nog steeds storten op het rekeningnummer van het kinderkankerfonds met referentie ‘FEFEEST’!

Harry de harige haai

Processed with Snapseed.

Vertelt jouw piraatje ook zo graag van die echte stoere zeemansverhalen?  Liefst zo stoer en cool en griezelig mogelijk?  Laat hem dan ook maar met huid en haar oppeuzelen… door deze (troetel)haai 🙂 !

AFMETINGEN

De totale lengte van de haai (inclusief tanden en staart) is 125 cm, de breedte is 55 cm (exclusief de zijvinnen).  Prima voor piraten van 4 tot 8 jaar.  Trouwens, staartvin blijft ‘open’ aan de binnenzijde dus ook ‘grotere’ piraten kunnen daar hun ‘stinktenen’ in kwijt 😉 .

NODIG

Processed with Snapseed.

AAN DE SLAG

Proeflapje

10 x 10 cm = 10 steken x 14 naalden gebreid in jersey met 1 draad Nounours en 1 draad Partner 3,5 samen en naalden nr. 10.  Gebruik dikkere of dunnere naalden indien nodig.

Rug

Start met de ronding in de staart.
Zet 5 st. op en brei rechts in de teruggaande naald.
Zet 5 steken bij op de priem en brei averechts in de teruggaande naald.
Brei de 10 steken rechts en zet nogmaals 5 steken bij op de priem en brei averechts in de teruggaande naald.
Zet 16 steken bij op de priem en knip de draad af.
Zet opnieuw 5 st. op (op de lege priem) en brei averechts.
Zet 5 steken bij op de priem en brei rechts in de teruggaande naald.
Brei de 10 steken rechts en zet nogmaals 5 steken bij op de priem en brei rechts in de teruggaande naald.
Verbindt beide delen door ze met 1 rij averechts aan elkaar te verbinden.  Je hebt nu in totaal 46 steken.
Minder vanaf de volgende rij 1×1 steek aan weerszijde van de staart (de 2 eerste en 2 laatste steken samenbreien) en dit nog 5x in elke 4de rij.  Vergeet je minderingen niet te markeren en je rijen niet te tellen! (zie tips)
Minder in de volgende 4de rij 1×2 steken aan weerszijde van de staart.
Minder in de volgende 4de rij 1×3 steken aan weerszijde van de staart.  Je hebt nu 24 steken.

Nu brei je verder aan de romp.
Brei 5 naalden jersey en meerder in de 6de rij 1 steek aan weerszijde van de romp (de eerste en laatste steek dubbel breien).  Herhaal dit nog 10 keer in elke 6de rij.  Je hebt dan terug 46 steken na de laatste meerdering. Vergeet je meerderingen niet te markeren en je rijen niet te tellen! (zie tips)
Brei 46 rijen jersey na de laatste meerdering.
Minder in de 47ste rij 1 steek aan weerszijden van de romp.  Herhaal dit 2x in elke 8ste rij.
Eindig met een averechtse rij en schuif de steken op een wachtnaald.

Buik

Brei volledige hetzelfde als de rug, maar na de meerderingen in de romp, splits je de steken in 2 delen (dus 2x 23 steken en brei je zo verder tot het einde zoals de rug.  Zet de steken op 2 aparte wachtnaalden (het eenvoudigste is om wachtnaalden zonder knop te gebruiken).

Lippen

Leg de panden met de verkeerde zijde op elkaar en schuif voorzichtig de steken van de wachtnaalden in de juiste volgorde (van het midden van de buik over de rug terug naar het midden van de buik) op je breinaald en brei 1 rij rechts met rode draad (3 draden samen breien om de juiste dikte te bekomen!).  Brei nog 4 rijen jersey waarbij de ribbels aan de goede kant van het werk komen (dus het omgekeerde van wat je bij de staart en romp deed).  Zet alle steken losjes af.

Tanden

Haak 11 tanden.  De wol is vrij harig en elastisch, dus een stekenmarkeerder helpt je om het begin en einde van de cirkels terug te vinden.
Rij 1 : haak 4 vasten in een magische ring en verbindt begin en einde met een halve vaste.
Rij 2 en 3 : haak 1 losse en 4 vasten, sluit de ring met een halve vaste.
Rij 4 : haak 1 losse en in de volgende steek *1 vaste en 2 vasten in 1 lus van de steek eronder*.  Herhaal * * tot het einde en sluit met een halve vaste.
Rij 5 : haak 1 losse en haak vanaf de volgende steek de vasten zoals de steken zich voordoen.  Sluit de ring met een halve vaste.
Rij 6 : idem rij 4.
Rij 7-11 : idem rij 5.  Haak nog 1 losse ter versteviging en knip de draad af.
Trek het draaduiteinde van het puntje van de tand naar binnen en je tand is klaar!

Rugvin

Voor deze vin brei je 2 driehoeken die met de korte zijden aan mekaar genaaid worden, de lange zijde wordt aan de rug genaaid.

Zijde 1
Zet 20 steken op en brei rechts.  Vervolgens minder je in de de rijen als volgt :
rij 2 : 2 steken afzetten
rij 3 : de eerste 2 steken samenbreien
rij 4 : 2 steken afzetten
rij 5 : de eerste 2 steken samenbreien
rij 6 : 2 steken afzetten
rij 7 : de eerste 2 steken samenbreien
rij 8 : 2 steken afzetten
rij 9 : de eerste 2 steken samenbreien
rij 10 : 2 steken afzetten
rij 11 : de eerste 2 steken samenbreien
rij 12 : 2 steken afzetten
rij 13 : de eerste 2 steken samenbreien
rij 14 : de 2 steken afzetten.

Zijde 2
Zoals zijde 1, maar starten met een averechtse naald.

Zijvinnen

Brei 2 zijvinnen.  Deze worden in 1 stuk gebreid en dan dubbel geplooid (plooinaad = rij 21) en aan elkaar genaaid.

Zet 2 steken op en brei ze averechts.
rij 2 : rechts en 1 steek bij opzetten het einde van de naald
rij 3 : averechts
rij 4 : rechts en 2 steken bij opzetten aan het einde van de naald
rij 5 : averechts
rij 6 : rechts en 2 steken bij opzetten aan het einde van de naald
rij 7-18 : jersey
rij 19 : aan beide zijden van de vin 1 steek minderen
rij 20 : idem rij 19
rij 21 : averechts
rij 22 : aan beide zijden van de vin 1 steek meerderen
rij 23 : idem rij 22
rij 24-35 : jersey
rij 36 : zet 2 steken af en brei rechts
rij 37 : averechts
rij 38 : idem rij 36
rij 39 : averechts
rij 40 : zet 1 steek af en brei rechts
rij 41 : zet de overgebleven steken af

Afwerking

  • Naai de zijnaden van buik en rug toe en stop alle draadjes in.
  • Naai de korte zijden van de rugvin aan elkaar en vul op met ‘iets wasbaar’ 🙂 (zie materialenlijst).  Naai vervolgens deze vin op de rug waarbij het achterste puntje van de lange schuine zijde ongeveer gelijk komt met het begin van de rugopening.
  • Naai de zijvinnen toe en let erop dat ze mooi afgerond zijn bovenaan.  Naai ze vast net onder de naad tussen rug en buik en op een … tal cm van de lippen.
  • Prik de ogen doorheen het breiwerk en klik ze vast.
  • Naai de binnenzijde van de lippen (die zitten al op natuurlijke wijze omgekruld, maar wat versteviging kan geen kwaad gezien de piratenverhalen die er moeten beleefd worden 🙂 ) vast met rode draad en naai tegelijk ook de tanden er aan vast.  Het eenvoudigste is om de tanden eerst met tandenstokers (echt waar 🙂 ) vast te spelden op de lippen zodat ze mooi verdeeld zijn.

Ziezo! De pret kan beginnen!

Waarom deze wol?  Omdat Nounours echt super-mega-fantastisch zacht is en de Partner 3,5 er er wat extra dikte aan geeft zodat het een echt winters dekentje is. Bovendien zorgt het harige effect van de Nounours ervoor dat je de steken en dus ook de meer- en minderingen niet ziet en je een mooi egaal ‘haaienvelletje’ krijgt.  De Pilou wol voor de tanden is rekbaar, waardoor je het ‘haaiengebit’ een beetje in vorm kan trekken en omdat de wol ook een beetje ‘haar’ heeft, geeft ook het haakwerk een vrij egaal effect.  Maar net als bij de Nounours… foutjes zie je niet, je rijen ook niet… dus een stekenmarkeerder is best handig.

Gehaakt boekenjasje

Zou je soms geen boek willen zijn? Zo’n echte klepper op een strandstoel, met bladzijden die zich koesteren in de zon?  Om vervolgens in een strandzak geplet te worden tussen een half-opgegeten koekje, twee natte handdoek en een plastieken krokodil?  Op zo van die dagen kan je dan misschien toch maar best een jasje aan 🙂 .

boekcover2NODIG (alles bij Veritas)

  • 2 bolletjes Catania katoen
  • haaknaald nr. 3tekening_final
  • 1 grote knoop en 1 kleine hemdsknoop
  • 2 bloemenparels
  • 1 lederen koordje 50 cm
  • 30 cm voeringstof (optioneel)

PROEFLAPJE

21 steken x 24 rijen = 10 x 10 cm (haak met een dikkere of dunnere haakpen indien nodig).
Dit boekjasje is geschikt voor een gemiddelde Nederlandstalige paperback roman.

AAN DE SLAG

Omslag pand

  • Haak een ketting van 46 lossen + 1 losse om te keren
  • Haak 35 cm vasten, telkens de rij startend met 1 losse in de volgende vaste zodat je werk mooi recht blijft.  Deze losse is als het ware de ‘vervanging’ van de laatste vaste van de vorige rij.
  • Minder dan gedurende 18 rijen telkens 1 steek aan beide zijden van het werk. Dat wil zeggen 1 halve vaste in de eerste steek, 1 lus en dan 1 vaste in de volgende steek en 1 steek voor einde van de rij stoppen en keren.  Je werk krijgt wel wat ‘tandjes’ zo, maar dat los je later op met de afwerking.

Zijpanden

  • Haak 2 panden waarvoor je telkens 8 lossen opzet en vervolgens 14 cm vasten haakt.

Afwerking

  • Het is niet absoluut nodig omdat je werkje al mooi vast gehaakt is, maar je kan dit zakje op volgende wijze van voering voorzien.
    • Leg alle panden op de voering en knip ze uit met 1 cm zoom.
    • Stik het zakje in elkaar en stop het met de goede zijde naar binnen in het gehaakte zakje.
    • Haak je gehaakt zakje in elkaar met halve vasten en haak ook halve vasten over de ‘gekartelde’ schuine randen.
    • Naai de randen en het puntige stuk van de flap onzichtbaar vast met de matrassteek.
  • Stop de draadjes in en haak je gehaakt zakje in elkaar met halve vasten en haak ook halve vasten over de ‘gekartelde’ schuine randen.
  • Naai de grote knoop vast in het midden van de 23ste rij vanaf de vlakke zijde.  Voor de stevigheid, kan je aan de achterzijde van de grote knoop best een klein knoopje voorzien.  Je haalt je draad dan tegelijkertijd door de kleine en de grote knoop bij het aannaaien.
  • Plooi het koord dubbel en trek de lus met een haaknaald door het midden van het punt van de flap.  Rijg aan elk uiteinde een bloemenparel aan en leg een knoopje in het touwtje zodat de parel er niet kan afglijden.

boekcover1

 

De Bernadette die niet van je schouders glijdt

BernadetteFBJe kent het wel.  Je hebt je Bernadette aangetrokken tegen een ‘klein kouwke’ en daar loop je dan met je Bernadette, je handtas, je volle winkelkar en een kinderhandje door dat ‘klein kouwke’ … kou te lijden. Want je beminde Bernadette is van je schouders gegleden en flappert als een weerspannige terrier achter je aan 🙂 .
De gemiddelde Bernadette blijft prima hangen op schouders met de elegantie en symmetrie van een kostuumhanger.  Maar lijken de jouwe – net als de mijne – eerder op zo’n draadkapstokje van de wasserij dat al een keertje tussen de kleerkastdeuren heeft gezeten? Dan is deze ‘getweekte’ Bernadette zeker iets voor jou!

BernadetteNODIG

Maten S/M, L, XL :

8-9-10 bollen Phil Light (kleur givre)
2 bollen Phil Diamant (kleur glaçon)
breinaalden nr. 7 en 15 en een haaknaald nr. 10

Deze vest is gebreid als jas met 6 draden Phil Light en 1 draad Phil Diamant.  Wil je een dunnere vest die je ook binnen kan dragen, brei dan met minder draden.

TIP : Wil jij ander garen gebruiken voor je vest?  In deze post lees je hoe je het patroon herberekent.  Neem ook een kijkje bij de andere breipatronen op deze blog.  Er staan meerdere Bernadettes op in verschillende garens.

AAN DE SLAG

Proeflapje

  • 8 steken x 10 rijen met naalden nr. 15 en 7 draden = 10 x 10 cm

tekening.001Rugpand

  • Zet (met 6 draden Phil Light en 1 draad Phil Diamant) 40-44-48 steken op met naalden nr. 7 (zet vast op! Zo bekom je de mooie ‘bolling’ van de vest) en brei 4 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts).
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 15 32-38-38 naalden jersey.
  • Minder vervolgens aan beide zijden van het rugpand 5 x 1 steek in elke 4de naald (voor de mouwinzet).
  • Kant de resterende 30-34-38 steken af na de 52-58-58 ste naald.

Linker voorpand

  • Zet 20-22-24 steken op met naalden nr. 7 en brei 4 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts).
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 15 32-38-38 naalden jersey.
  • Minder aan de linker zijde van het zijpand 5 x 1 steek in elke 4de naald (voor de mouwinzet).
  • Kant in de 51-57-57ste naald 4-5-6 steken af aan de rechter zijde van het zijpand (voor de kraag).
  • Kant de resterende 11-12-14 steken af na de 52-58-58ste naald.

Rechter voorpand

  • Brei in spiegelbeeld van de linker voorpand.

Mouwen

  • Zet 28-30-32 steken op met naalden nr. 7 (ook strak opzetten!) en brei 4 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts).
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 15 in jersey 8-10-10 rijen en meerder aan beide zijden van het werk 1 steek.  Herhaal dit op de 16-20-20ste en op de 24-30-30ste rij.
  • Voer vanaf rij 34-38 volgende minderingen door aan beide zijden van de mouw : 1 x 5 steken, 1 x 4 steken, 2 x 2 steken.
  • Zet de resterende steken af in de volgende rij.

Afwerking

  • Naai de schoudernaden in elkaar (alle naden in matrassteek!) tot aan de steken die de kraagopening van het voorpand vormen.  Zorg er wel voor dat je de ‘tand’ die ontstaan is door de rij te keren mee vast naait zodat je als kraag een mooie doorloop hebt van de afgezetten steken van het voorpand op de 10 vrije afgezette steken van het achterpand.  Van zodra je de vest draagt, zal het voorpand uit zichzelf omkrullen zoals bij de gewone Bernadette, maar het zwaartepunt ligt met deze kraag en mouwinzet meer vooraan, zodat de vest niet van je schouders zal glijden.
    Chinees?  Kijk dan op de foto 🙂 .kraag
  • Naai de mouwen in de mouwsgaten.  Je zal zien dat schuine zijde van de mouw iets verder komt dan de eerste mindering in de voor- en achterpanden!
  • Naai voor- en achterpand en mouwen aan elkaar.

TIPS

  • Start de Phil Light bollen met de draad aan de buitenzijde van de bol, want anders zit je lang te ‘prutsen’ met het afwikkelen van het hartje van het kluwen!  Het is handig om de bollen in een grote mand of doos te leggen tijdens het breien, want als je ze op deze manier afwikkelt leiden ze echt wel een eigen leven, wat gegarandeerd interesse wekt bij kids en poezen 😉 .
  • Ondanks de ‘getweekte’ mouwinzet en kraag, blijft dit een prima patroon voor beginnende breisters.
  • Bernadette heeft een badje nodig?  Kwartiertje weken in een lauw sopje met Eucalan (niet uitspoelen).  Voorzichtig uitknijpen en uitspreiden op een handdoek.  Handdoek oprollen en het meeste vocht uit de vest drukken.  Vest in model brengen en vlak drogen op een droogrek (best met een handdoek onder het breiwerk zodat er geen ‘ribbeltjes’ in je vest drukken).
  • Wil je dit patroon graag in een kleinere maat breien?  Gebruik naalden nr. 12 ipv 15 en 4 draden Phil Light en 1 draad Phil Diamant (proeflapje : 9,5 steken x 11 rijen = 10 x 10 cm).  Of stuur een mail naar bea@koekjesenboekjes.be en ik help je het patroon aan te passen.