Rabarbertaart met amandelen

Waar de regen van de afgelopen weken goed voor was?  Niet voor ons humeur, maar wel voor onze rabarber.  Die is uitgegroeid tot een heuse jungle.  Dus wat doen we daarmee?  Verstoppertje spelen 🙂 … en lekkere taart bakken.

Oliver

NODIG

  • 1 rol zand- of bladerdeegtaart
  • 150 g boter
  • 225 g suiker + wat extra voor de rabarber en amandel-crumble
  • 2 eieren
  • 75 g amandelpoeder
  • 50 g amandelschilfers
  • 2 scheutjes amaretto
  • 135 g zelfrijzende bloem
  • enkele stengels rabarber (wij kwamen met 2 van deze gusten ruimschoots toe, de bedoeling is dat je er de taartbodem mee kan vullen)
  • 1 grote ronde taartvorm, bakpapier en droge bonen.

AAN DE SLAG

  • Verwarm de oven op 180°.
  • Schil de rabarber en snij in plakjes van +/- 2 cm.  Doe ze in een kom en strooi er enkele eetlepels van de extra suiker over en zet opzij.
  • Rol het deeg uit over een bakblik (laat het bakpapier er onder zitten zodat je de taart straks makkelijk uit de vorm kan halen.  Dek het deeg af met een tweede laag bakpapier en bak blind (met droge bonen erin) gedurende een kwartiertje.  Verwijder de bonen en het bovenste papier en laat de taartbodem wat afkoelen in de vorm.
  • Maak ondertussen de vulling :
    • Smelt de boter.
    • Klop het ei luchtig met de suiker.
    • Voeg de gesmolten boter (niet warm!) toe en meng goed.
  • Voeg de amandelen, een scheut amaretto en de bloem toe en meng goed.

Jedi

  • Vul de taart met de rabarber.  Let op : zorg dat het vocht dat vrijgekomen is niet mee in de taartvorm belandt!
  • Smeer de vulling er over uit.
  • Meng in een kopje de amandelschilfers met een eetlepel van de extra suiker en voeg een klein scheutje amaretto toe.  Verdeel de schilfers over de vulling.
  • Bak gedurende 45 minuten.  De taart is klaar wanneer er geen deeg meer aan een saté-stokje plakt wanneer je ermee in de taart prikt.
  • Laat afkoelen en bestrooi eventueel met poedersuiker.

Tot zover de berichtgeving uit het rabarberbos 🙂 .  Smakelijk!

Gehaakt boekenjasje

Zou je soms geen boek willen zijn? Zo’n echte klepper op een strandstoel, met bladzijden die zich koesteren in de zon?  Om vervolgens in een strandzak geplet te worden tussen een half-opgegeten koekje, twee natte handdoek en een plastieken krokodil?  Op zo van die dagen kan je dan misschien toch maar best een jasje aan 🙂 .

boekcover2NODIG (alles bij Veritas)

  • 2 bolletjes Catania katoen
  • haaknaald nr. 3tekening_final
  • 1 grote knoop en 1 kleine hemdsknoop
  • 2 bloemenparels
  • 1 lederen koordje 50 cm
  • 30 cm voeringstof (optioneel)

PROEFLAPJE

21 steken x 24 rijen = 10 x 10 cm (haak met een dikkere of dunnere haakpen indien nodig).
Dit boekjasje is geschikt voor een gemiddelde Nederlandstalige paperback roman.

AAN DE SLAG

Omslag pand

  • Haak een ketting van 46 lossen + 1 losse om te keren
  • Haak 35 cm vasten, telkens de rij startend met 1 losse in de volgende vaste zodat je werk mooi recht blijft.  Deze losse is als het ware de ‘vervanging’ van de laatste vaste van de vorige rij.
  • Minder dan gedurende 18 rijen telkens 1 steek aan beide zijden van het werk. Dat wil zeggen 1 halve vaste in de eerste steek, 1 lus en dan 1 vaste in de volgende steek en 1 steek voor einde van de rij stoppen en keren.  Je werk krijgt wel wat ‘tandjes’ zo, maar dat los je later op met de afwerking.

Zijpanden

  • Haak 2 panden waarvoor je telkens 8 lossen opzet en vervolgens 14 cm vasten haakt.

Afwerking

  • Het is niet absoluut nodig omdat je werkje al mooi vast gehaakt is, maar je kan dit zakje op volgende wijze van voering voorzien.
    • Leg alle panden op de voering en knip ze uit met 1 cm zoom.
    • Stik het zakje in elkaar en stop het met de goede zijde naar binnen in het gehaakte zakje.
    • Haak je gehaakt zakje in elkaar met halve vasten en haak ook halve vasten over de ‘gekartelde’ schuine randen.
    • Naai de randen en het puntige stuk van de flap onzichtbaar vast met de matrassteek.
  • Stop de draadjes in en haak je gehaakt zakje in elkaar met halve vasten en haak ook halve vasten over de ‘gekartelde’ schuine randen.
  • Naai de grote knoop vast in het midden van de 23ste rij vanaf de vlakke zijde.  Voor de stevigheid, kan je aan de achterzijde van de grote knoop best een klein knoopje voorzien.  Je haalt je draad dan tegelijkertijd door de kleine en de grote knoop bij het aannaaien.
  • Plooi het koord dubbel en trek de lus met een haaknaald door het midden van het punt van de flap.  Rijg aan elk uiteinde een bloemenparel aan en leg een knoopje in het touwtje zodat de parel er niet kan afglijden.

boekcover1

 

Knutselen met 2 keer niks

De vakantie komt in zicht.  Koffers pakken.  Heerlijke vooruitzichten!
Zo vertrokken wij een paar maanden geleden op reis.  Met een valies vol hoop op zonnige dagen en een leuke kidsclub.  Maar de zon liet het al wel eens afweten en die kidsclub… moest nog worden uitgevonden.  Drama!  Dus werd het wat improviseren.  En toch best wel leuk 🙂 .

Wat we bijhadden : een pennenzak met wat stiften, pritt, een schaar (let op : niet in de handbagage of je hebt zelfs die niet meer bij!) en een rolletje plakband.

RIDDER IN DE ORDE VAN MASSIMO DUTTI

kasteel

De basis van dit kasteel bemachtigen was geen sinecure.  Aan de receptie van het hotel konden ze ons niet verder helpen, dus moesten we in ons beste Spaans in de keuken gaan uitleggen wat we nodig hadden.  Een doos.  Welke toerist bij zijn volle verstand komt er nu in de hotelkeuken om een doos vragen?  Het zorgde voor een hilarische verwarring, waarbij ten slotte de volledige keukenstaf werd gemobiliseerd om ‘el cartón’ van ‘el niño’  MacGyver-gewijs te gaan zoeken… aan het zwembad.  Toen zelfs onze kleinste er om moest lachen en riep : ‘Mama, we vragen nu toch maar gewoon een doos?!’ begon het toch te dagen bij de kok en zijn team en kregen we een zwaar gehavend exemplaar mee.  Gewapend met onze pennenzak en en shoppingbag (ja mama’s, laat u weer gerust eens gaan 😉 ) bekleedden we de doos en maakten we zelfs een hangbrug van de touwtjes van de zak. En zo werd ‘el niño del cartón’ al snel ‘el príncipe del castillo’.
‘Maar ik ben wel een ridder, hé mama, geen prins.’
‘Nee, maar we gaan dat niet proberen uit te leggen, hé schat.’

sloefen

DE SLOEFEN VAN DARTH VADER

Maar zelfs een kasteel gaat na een weekje wel  vervelen.  En het stapeltje printpapier dat we aan de receptie afgetroggeld hadden  – ‘Yes, we know there is no printer in included in our room.‘ Echt… – was helemaal volgetekend.  Dus viel onze ridder maar aan op onze sloefen.  Als je goed kijkt zie je dat de bovenste helemaal hetzelfde zijn als de rechtse, alleen zijn de bovenste uiteraard ‘van de slechteriken’.  En voor de mama zijn bloemekes natuurlijk altijd een schot in de roos 😉 .

Prettige vakantie!

Santa always comes in April

‘Jawadde.  Die Bea is precies aan vakantie toe.’
Ik zag het je zo denken 🙂 . En dat klopt ook wel 🙂 . Maar de boude stelling in de titel klopt ook.  Elk jaar ergens rondom mijn verjaardag, brengt Santa Montefiore een nieuw boek uit.  Een jaarlijkse ‘guilty pleasure’ en feel-good cadeautje aan mezelf.

ALS DE RODODENDRON BLOEIT – Santa Montefiore

als-de-rododendron-bloeitDit jaar bracht ze het tweede deel van de Deverill saga uit, het vervolg op De vrouwen van kasteel Deverill.  Deze driedelige serie volgt Kitty, Celia en Bridie, die allen op hun eigen manier verbonden zijn met het kasteel.  Het verhaal speelt zich af tijdens het interbellum en biedt buiten de verschillende invalshoeken van de drie dames – en huisspoken en kleurrijke nevenpersonages! – een blik op het leven in het kasteel, maar ook op die tijd in New York en London.  Nadat Kitty in het eerste deel de hoofdrol voor haar rekening nam, staat in dit deel Celia wat meer in het voetlicht.  Het verhaal is er eentje in de traditie van Downton Abbey; het kabbelt rustig verder, maar je wil wel blijven lezen.  En al was het dan een jaartje geleden dat ik het vorige deel las, ik pikte moeiteloos weer in en ook de nevenpersonages waren nog duidelijk.  Dat is één van de vele kwaliteiten van Santa’s proza : heerlijk leesbaar voor mama’s die ’s avonds – ondanks menig goed voornemen – na 2 bladzijden alweer steendood in slaap sukkelen 😉 .  Een andere kwaliteit is Santa’s vermogen tot ‘teleportatie’ : ik ben iemand die graag in boeken ‘woont’ en Santa’s boeken brengen je met elke zin wat meer naar de glooiende Ierse heuvels of op de thee bij de beau-monde in Londen en New York.  Haar eerste boek ‘Onder de Ombuboom’ vind ik nog steeds het mooiste verhaal vind (jep, na 15 jaar hoef ik het nog steeds niet terug van mijn boekenrek te plukken om de hitte van de Argentijnse pampa weer te voelen), maar ook de personages en locaties van haar andere boeken nemen je steeds op sleeptouw.  Haar plots zijn niet verbluffend, maar ze weet ze wel goed op te bouwen.  En dat zegt ze ook zelf : ‘I’m no Shakespeare, but I write a good yarn’.  Welke verstokte breister kan daar neen tegen zeggen 🙂 ?

BELGRAVIA – Julian Fellowes

Belgravia_NL_omslag.inddWie houdt van de Deverill-saga en Dowton Abbey heeft trouwens iets om naar uit te kijken naar het einde van deze maand toe : Belgravia van de schrijver van Downton Abbey zelf.  Het verhaal speelt zich af in Brussel.  Zo’n 200 jaar geleden, aan de vooravond van de slag bij Waterloo, organiseert de hertogin van Richmond een groots bal ter ere van de hertog van Wellington. Maar vlak na middernacht krijgt deze onverwacht het bericht Napoleon de grens is overgestoken en als je met een wat beschonken leger in gala outfit Napoleon te lijf gaat, dan zijn de gevolgen er ook naar… Dit boek is op een aparte manier uitgegeven : in hoofdstukken die je, met enige tijd er tussenin, voor de uitgave van het volledige boek – digitaal – kon kopen. Het eerste hoofdstuk is gratis te downloaden in het Engels op Amazon en het smaakt absoluut naar meer 🙂 .   Dit boek komt in zijn totaliteit, zowel in print als digitaal, in het Nederlands uit aan het einde van deze maand.

THE ROYAL RABBITS OF LONDON – Santa & Simon Sebag Montefiore

En ook voor de kleinsten is er wat om naar uit te kijken!  Santa en haar echtgenoot Sebag hebben samen een kinderboek geschreven naar een idee van hun zoon Sasha, in wiens fantasie zich een ganse konijnenkolonie huisvestte onder Buckingham Palace.  Ze ontwikkelden dat idee verder met advies van hun dochter Lily (de kids waren toen nog zeven en negen jaar). En het resultaat is het heldhaftige verhaal van Shylo die bewijst dat zelfs een piepklein konijntje dapper genoeg kan zijn om de hele ‘British Royal Family’ te redden (wat een klus 😉 !).  Het boek komt uit in oktober en wordt ook verfilmd door de makers van onder andere Ice Age.

Dus ja, Santa always comes in April… and sometimes in October too 🙂 !

De Bernadette die niet van je schouders glijdt

BernadetteFBJe kent het wel.  Je hebt je Bernadette aangetrokken tegen een ‘klein kouwke’ en daar loop je dan met je Bernadette, je handtas, je volle winkelkar en een kinderhandje door dat ‘klein kouwke’ … kou te lijden. Want je beminde Bernadette is van je schouders gegleden en flappert als een weerspannige terrier achter je aan 🙂 .
De gemiddelde Bernadette blijft prima hangen op schouders met de elegantie en symmetrie van een kostuumhanger.  Maar lijken de jouwe – net als de mijne – eerder op zo’n draadkapstokje van de wasserij dat al een keertje tussen de kleerkastdeuren heeft gezeten? Dan is deze ‘getweekte’ Bernadette zeker iets voor jou!

BernadetteNODIG

Maten S/M, L, XL :

8-9-10 bollen Phil Light (kleur givre)
2 bollen Phil Diamant (kleur glaçon)
breinaalden nr. 7 en 15 en een haaknaald nr. 10

Deze vest is gebreid als jas met 6 draden Phil Light en 1 draad Phil Diamant.  Wil je een dunnere vest die je ook binnen kan dragen, brei dan met minder draden.

 

AAN DE SLAG

Proeflapje

  • 8 steken x 10 rijen met naalden nr. 15 en 7 draden = 10 x 10 cm

tekening.001Rugpand

  • Zet (met 6 draden Phil Light en 1 draad Phil Diamant) 40-44-48 steken op met naalden nr. 7 (zet vast op! Zo bekom je de mooie ‘bolling’ van de vest) en brei 4 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts).
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 15 32-38-38 naalden jersey.
  • Minder vervolgens aan beide zijden van het rugpand 5 x 1 steek in elke 4de naald (voor de mouwinzet).
  • Kant de resterende 30-34-38 steken af na de 52-58-58 ste naald.

Linker voorpand

  • Zet 20-22-24 steken op met naalden nr. 7 en brei 4 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts).
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 15 32-38-38 naalden jersey.
  • Minder aan de linker zijde van het zijpand 5 x 1 steek in elke 4de naald (voor de mouwinzet).
  • Kant in de 51-57-57ste naald 4-5-6 steken af aan de rechter zijde van het zijpand (voor de kraag).
  • Kant de resterende 11-12-14 steken af na de 52-58-58ste naald.

Rechter voorpand

  • Brei in spiegelbeeld van de linker voorpand.

Mouwen

  • Zet 28-30-32 steken op met naalden nr. 7 (ook strak opzetten!) en brei 4 rijen boordsteek (2 st. rechts, 2 st. averechts).
  • Brei vanaf nu met naalden nr. 15 in jersey 8-10-10 rijen en meerder aan beide zijden van het werk 1 steek.  Herhaal dit op de 16-20-20ste en op de 24-30-30ste rij.
  • Voer vanaf rij 34-38 volgende minderingen door aan beide zijden van de mouw : 1 x 5 steken, 1 x 4 steken, 2 x 2 steken.
  • Zet de resterende steken af in de volgende rij.

Afwerking

  • Naai de schoudernaden in elkaar (alle naden in matrassteek!) tot aan de steken die de kraagopening van het voorpand vormen.  Zorg er wel voor dat je de ‘tand’ die ontstaan is door de rij te keren mee vast naait zodat je als kraag een mooie doorloop hebt van de afgezetten steken van het voorpand op de 10 vrije afgezette steken van het achterpand.  Van zodra je de vest draagt, zal het voorpand uit zichzelf omkrullen zoals bij de gewone Bernadette, maar het zwaartepunt ligt met deze kraag en mouwinzet meer vooraan, zodat de vest niet van je schouders zal glijden.
    Chinees?  Kijk dan op de foto 🙂 .kraag
  • Naai de mouwen in de mouwsgaten.  Je zal zien dat schuine zijde van de mouw iets verder komt dan de eerste mindering in de voor- en achterpanden!
  • Naai voor- en achterpand en mouwen aan elkaar.

TIPS

  • Start de Phil Light bollen met de draad aan de buitenzijde van de bol, want anders zit je lang te ‘prutsen’ met het afwikkelen van het hartje van het kluwen!  Het is handig om de bollen in een grote mand of doos te leggen tijdens het breien, want als je ze op deze manier afwikkelt leiden ze echt wel een eigen leven, wat gegarandeerd interesse wekt bij kids en poezen 😉 .
  • Ondanks de ‘getweekte’ mouwinzet en kraag, blijft dit een prima patroon voor beginnende breisters.
  • Bernadette heeft een badje nodig?  Kwartiertje weken in een lauw sopje met Eucalan (niet uitspoelen).  Voorzichtig uitknijpen en uitspreiden op een handdoek.  Handdoek oprollen en het meeste vocht uit de vest drukken.  Vest in model brengen en vlak drogen op een droogrek (best met een handdoek onder het breiwerk zodat er geen ‘ribbeltjes’ in je vest drukken).
  • Wil je dit patroon graag in een kleinere maat breien?  Gebruik naalden nr. 12 ipv 15 en 4 draden Phil Light en 1 draad Phil Diamant (proeflapje : 9,5 steken x 11 rijen = 10 x 10 cm).  Of stuur een mail naar bea@koekjesenboekjes.be en ik help je het patroon aan te passen.

 

 

 

Duiveltjessjaal

Oliver#Tousensemble! De leuze van de Rode Duivels en ook die van moeder en zoon. Samen creëerden we namelijk onze eigenste duiveltjessjaal.

AFMETINGEN
De sjaal zonder franje meet 125 x 18 cm.

NODIG
– Supersoft garen van Zeeman (jep, dit pièce unique brei je voor nog geen 3 euro!) : 1 bol rood, 1 bol zwart, 1 bol geel
– breinaalden nr. 6 en haaknaald nr. 10
– ruitjespapier
– kleurstiften
– stuk karton 12 cm breed en +/- 20 cm lang
– een stevige dosis stressbestendigheid. Reken maar dat je op de vingers gekeken wordt 🙂 !

AAN DE SLAG

patroonPATROON
Voor het patroon plak je enkele bladen ruitjespapier aan elkaar met plakband (achterzijde). Vervolgens knip je het op maat (18 cm breed en +/- 60 of 125 cm lang).
Laat je kleine kornuit er naar believen horizontale lijnen op tekenen en ze inkleuren met geel, rood en zwart.

PROEFLAPJE
10 x 10 cm jersey gebreid met dubbele draad = 16 steken x 20 rijen. Gebruik dikkere of dunnere naalden indien nodig.

SJAAL
Zet 28 steken op in de eerste kleur van het ontwerp van je kleine schelm en brei 5 rijen rechts.
Brei verder als volgt :
rij 6 : 3 steken rechts – 22 steken averechts – 3 steken rechts
rij 7 : alle steken rechts
Blijf rij 6 en 7 herhalen tot een tweetal cm voor het einde van het patroon, brei de laatste 5 rijen rechts en kant af.

TIP : Let erop dat je tijdig van kleur verandert volgens het getekende patroon en steeds in een rechtse rij! Bij het patroon van 60 cm lengte brei je een contrasterende kleur en dan nogmaals het patroon (eventueel in omgekeerde volgorde). Bij dat van 120 cm lengte volg je gewoon het hele patroon.

AFWERKING
Stop alle draadjes in en stoom de sjaal met je strijkijzer op de laagste stoomstand. Let op dat je niet over het breiwerk strijkt (dan wordt het een platte pannenkoek!), maar het ijzer op enkele centimeters boven je sjaal houdt en de stoom zijn werk laat doen.

dubbelFRANJES
Maak een kleine insnede in de zijkant (12 cm lengte) van het karton en stop er 2 draden van elke kleur in vast. Laat je spruit vervolgens de draden rondom het karton wikkelen. Om gemakkelijker te werken, kan je ook het uiteinde vaststoppen in een kleine insnede aan de andere zijkant van het karton.
Knip de draden door aan 1 lange zijde van het karton en laat je kleinste de franjes naar eigen goeddunken samenstellen met 6 draden per franje.
Leg je sjaal met de achterzijde naar boven op tafel. Trek met je haaknaald de 6 draden door de korte kant van de sjaal, laat de haaknaald in de lus en trek hierdoor de 12 draden van de franje. Trek de knoop goed aan. Herhaal dit tot de beide uiteinden van de sjaal volledig van hun franje zijn voorzien.

Zo, Rode Duivels, wij zijn er klaar voor. Hopelijk jullie ook 🙂 !

Patrouille Linkeroever 4 Kids

agent_en_boef Een pineut van een agent en een deugniet van een boef.  Het werkte voor Gaston en Leo, het werkt voor Patrouille Linkeroever… en het werkt ook kleuters op de lachspieren.

Schrijver Tjibbe Veltkamp en illustrator Kees de Boer vullen in deze serie van Agent en Boef mekaar perfect aan.  Het verhaal is pure situatiehumor en leest vlot. Op elke pagina wordt niet enkel de verhaallijn uitgesponnen, er zijn ook nog extra dingen te ontdekken in de tekeningen (meestal mallotige streken van Boef), wat het leuk blijft houden als je de boeken meerdere keren voorleest.

Maar helaas voor de voorleesmama’s : deze Agent heeft allerminst het ‘carrure’ van Bruce’ke… Maar gelukkig beschikt hij wel over de brains van Saskia 😉 .  Veel voorleesplezier!

serie boeken

Het geheim van mijn man

Het geheim van mijn man

‘Als je dit leest, ben ik dood…’  Niet meteen iets wat je wil lezen.  Zeker niet als degene die het schreef springlevend is… en toch.

Deze test in nieuwsgierigheid overkomt Cecilia, een moederkloek waar je stiekem wat jaloers op bent omdat ze een perfect gezin weet te combineren met een carrière én een kraaknet huis én dan ook nog eens voor iedereen klaar staat.  Maar dat het niet al goud is, wat blinkt, blijkt al snel uit deze brief.

Het verbaasde me om na het intrigerende hoofdstuk over Cecilia in een hoofdstuk gegooid te worden over Tess, wiens man er vandoor is met haar beste vriendin.  Ik moet toegeven dat ik initieel zelfs dacht dat er wat was misgelopen bij het boekbinden, maar daar was ik wel overheen 😉 toen ik bij het hoofdstuk van Rachel kwam, die jaren geleden haar dochter verloor en nog steeds naar antwoorden zoekt.  Het lijkt eclectisch op het eerste gezicht, maar hoe verder je in het verhaal komt, hoe meer je de verhaallijnen van deze drie vrouwen in mekaar ziet lopen.  De vlotte schrijfstijl en de herkenbaarheid maken dat je meevoelt met alle drie en door hun ogen zie je dan ook de impact van die ene gebeurtenis vanuit verschillende perspectieven.

‘Het geheim van mijn man’ speelt zich af in Australië, wat de seizoensbeleving uiteraard omgekeerd maakt, en aGrote kleine leugenslles gebeurt binnen slechts één week, waardoor het verhaal vaart houdt.  Het leest vlot weg, maar zet je ook aan het denken.  Hoe goed ken je de mensen met wie je samenleeft echt?  Hoe belangrijk is het verleden?  En wat kan je vergeven en wat niet?  Vooral de epiloog zet je nog eens een andere bril op.

Waarom dit nog steeds een aanrader is? Ik las het al een hele poos geleden en toch bleven de personages me bij : goed teken 😉 .  Moriarty’s nieuwe boek ‘Grote kleine leugens’ komt einde deze maand uit.  Om naar uit te kijken!

Gebakken kakkewiet met wormen

kakkewiet1Of we wat ‘didactisch materiaal’ konden maken voor de info avond over wormen en overdraagbare ziekten bij honden, vroeg onze geliefde tante en dierenarts.  In het kader van ‘hoe-vettiger-hoe-prettiger’ zei zoonlief meteen volmondig ‘JA’.  Dus bakten wij met zoutdeeg drie uit de kluiten gewassen kakkewieten met wormen, maar dit zoutdeeg leent zich natuurlijk ook prima voor wat ‘esthetischere’ projectjes!  En het stinkt niet 🙂 !

 

NODIG

  • 3 koppen witte bloem (geen ‘zelfrijzende’, dan krijg je olifantendrollen 🙂 !)
  • 1 kop keukenzout
  • 1 kop water
  • 1 theelepel olie
  • plakkaatverf
  • spuitbus doorschijnende vernis
  • ijzerdraad (zie tips)

potjes                oven1                
AAN DE SLAG

  • Meng de bloem en het zout in een kom en voeg de olie toe.
  • Indien je het deeg in de massa wil kleuren : voeg dan de plakkaatverf (veel! zie tips) al bij het water voor je dat bij de bloem giet.  Indien je geen verf gebruikt, kan je een beetje meer water toevoegen aan de bloem.
  • Kneed het deeg tot een stevige bal.  Als het korrelig en droog is, voeg dan nog wat water toe.  Als het te kleverig is, voeg dan nog wat bloem toe.
  • Het is nu klaar om je figuurtjes mee te maken.  Voor de kakkewieten gebruikte ik iets natter deeg dat ik in een plastic zak deed waar ik een puntje afknipte.  Zo is ‘drollen draaien’ in een wip geklaard en ‘net echt’ 😉 .  Voor de wormen rolden we slierten en bolletjes.kakkewiet3
  • Bak gedurende 1 tot 2 uur in een oven van 100° en langer indien nodig (hangt af van de dikte van je figuren!). Laat afkoelen in de oven.
  • Schilder en/of vernis je figuren.

TIPS

  • Wanneer je het deeg in de massa kleurt, is het belangrijk om echt stevig wat verf te gebruiken.  Onze kakkewieten waren mooi bruin toen ze de oven in gingen… en kwamen er als viezig mauve exemplaren terug uit 🙁 . Gezien de extreme zeldzaamheid van honden met deze kleur van kaka 🙂 , hebben we onze drollen dus nog een extra laagje verf gegeven.
  • Wanneer je ‘uitsteeksels’ creëert met het zoutdeeg, zoals onze gekleurde wormen, kan je deze best verstevigen door er een ijzerdraad door te steken. Anders zakken ze in mekaar tijdens het bakken.
  • Je kan dit deeg langere tijd in de koelkast bewaren in een afgesloten plastic zak.

Onze kakkewieten zijn te bewonderen bij Dier & Dorp in Bonheiden.  De welriekende 😉 info avond over wormen en overdraagbare ziekten bij honden gaat door op 18 mei om 19u in de dierenartsenpraktijk.
Allen daarheen!

 

 

 

‘Beverwoud’ koekjes

‘Mama, wanneer gaan we dat nu eens maken?  Van het Beverwoud?’
Stilte, op het geknetter in mijn hersenpan na.
‘Jij had dat toch beloofd, mama.  Dat wij iets gingen maken, zo van het Beverwoud. Zo in de oven…’

koekjes

NODIG
voor ongeveer 10 grote koeken

  • 150 g zelfrijzende bloem
  • 100 g (riet)suiker en 1 zakje vanillesuiker
  • 100 g havermout (Quaker) of muesli (Country Store)
    tip: muesli of havermout met grove vlokken maal je best even fijner in de keukenrobot
  • 1 ei
  • 125 g zachte boter
  • een snuifje zout
  • indien je havermout gebruikt, kan je een klein handje rozijnen/veenbessen en/of noten toevoegen en een theelepel speculaaskruiden

AAN DE SLAG

  • verwarm de oven voor op 200°
  • meng alle droge ingrediënten met een houten lepel. Of laat ze mengen door de kleinste. ‘Keukenrobot’ is tegenwoordig best wel een coole jobtitel 😉 .
  • meng het ei en de botervlokken erdoor. Lees : laat de ‘keukenrobot’ erin knijpen tot het door zijn vingers heen spuit 😉 .
  • schep met een ijslepel – zo’n ouderwetse met een veer – het kleverige deeg op een bakplaat bekleed met bakpapier en druk de hoopjes wat plat.  Leg ze ver genoeg uit elkaar, want de koekjes ‘groeien’ nog.
  • Bak ongeveer 10 minuten… Net tijd genoeg om een liedje te zingen 🙂 .

Zeg Roodkapje, waar ga je heen?
Zo alleen, zo alleen.
Zeg Roodkapje, waar ga je heen?
Zo ALLEEN?

‘k Ga naar grootmoeder koekjes brengen,
in het woud, in het woud.
‘k Ga naar grootmoeder koekjes brengen,
in ’t BEVERWOUD.

In het woud zijn de wilde bevers,
in het woud, in het woud,
In het woud zijn de wilde bevers,
in het WOUD.

‘k Ben niet bang voor de wilde bevers,
‘k Ben niet bang, ‘k ben niet bang,
‘k Ben niet bang voor de wilde bevers,
‘k Ben niet BANG.

‘k Zal eens zien of jij niet bang bent,
‘k Zal eens zien, ‘k zal eens zien,
‘k Zal eens zien of jij niet bang bent,
‘k Zal eens ZIEN.